Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo ik mij het begin van deze lange discussie wel herinner, dan ' eerst "ezeSd' dat ik er misschien wel in zou kunnen treden aan het einde eene bijvoeging voor te stellen, om tegemoet te komen

ï " van den Seachten afgevaardigde uit Zutphen. Maar

ik heb daarvan afgezien.

Het tweede punt is geweest de w .0ing, verlangd door den geachten spreker uit Boxmeer, om twaalf maanden te stellen in de plaats van twee jaren. Ik heb gezegd ook dezen termijn te willen handhaven, liet artikel zal dus zonder verandering worden aangenomen, zoo de V ergadermg goedvindt mijn advies te volgen.

Het amendement van den heer Hengst wordt met 28 tegen '26 stemmen, aangenomen, «lat van den heer v. Dam v. Isselt met 32 tegen 22 stemmen verworpen: het amendement van den heer Dullert met 44 tegen 10 stemmen aangenomen.

Art. 43. Amendement van den heer Taets van Amerongen, aan het artikel toe te voegen: „Deze boete wordt verdubbeld in de gevallen bij het vorig artikel omschreven."

Ik geloof niet, dat aannemelijk zou zijn geweest wat de geachte spreker uit Leiden liever zou hebben gezien, dan hetgeen nu door hein is voorgesteld, de omzetting namelijk van de artt. 42 en 43. Zoo hy het had beproefd, hij zou hebben gezien, dat dit niet aangaat. De verzwaring, meer dan verdubbeling, is reeds in art. 43 opgesloten. Ik heb evenwel gezegd, dat ik tegen eene bijvoeging in art.

^eene ex waren had. Ik vind ook nu geene bezwaren, zoo men namelijk goedvindt, die bijvoeging aldus te lezen; „de straf wordt, „m de gevallen onder Ut. e van het vorig artikel aangewezen, verdubbeld." ï zou an eene nieuwe laatste alinea van art. 43 zijn. Ik geloof, j6a<i sPre^er ^egen deze wijziging van zijn amendement geene bedenking zal hebben, en zoo hij die niet heeft, dan neem ik

iet amendement als eene verandering, van Regeeringswege voorgesteld, over. 6 e

De heer Taets van Amerongen neemt de redactie door den Minister voorgesteld met aan. Zijn amendement wordt aangenomen met 20 te-en 2'' stemmen.

Art. 44. \erbeurdverklaring en inbeslagneming van jacht- en vischtuig en onwettig gevangen visch of wild. Heeft geene inbeslagneming plaats gehad, an woidt de waarde bij de veroordeeling op eene geldsom van tien gulden aangenomen. Lid 2 van het ontwerp bepaalde: „De opzieners of beambten ie \oorwerpen in beslag nemen, of de geldswaarde daarvan met medewerking en toestemming van den bekeurde bepalen, waarvan alsdan in net lelaas of proces-verbaal melding wordt gemaakt."

Sluiten