Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in ver de meeste gevallen, geene waarde hebben en door den eigenaar zeiven niet worden verlangd. En dan is hetgeen de geachte spreker tegen de civiele actie zegt, hier evenzeer toepasselijk. Zal men de geldswaarde ten gevolge van eene civiele actie niet kunnen verkrijgen zij zal ook niet worden verkregen ten gevolge van eene strafactie.

Art. 47. De aanhef van liet ontwerp luidde: „Hij elke veroordeelinc wordt tevens uoor den rechter bepaald dat," enz.

Ik wensch in den eersten regel van dit artikel het woord rechter veranderd te zien in kantonrechter. Ik zal de bedoeling van die verandering openbaren, en de reden, welke daarvoor bij mij bestaat, aan de Vergadering onderwerpen. Ik wenschte dat ten gevolge van deze wet vaststond, dat deze misdrijven door den kantonrechter worden berecht. De straf is boete, en de gewone boete gaat de bevoegdheid van den kantonrechter niet te boven. Maar voor het geval dat de boete niet wordt betaald, nadat alle middelen om die te verkrijgen zijn uitgeput, zal er gevangenisstraf worden uitgesproken. Of nu die gevangenisstraf als eene eigenlijke straf kan worden beschouwd, en dus het uitspreken daarvan, tot zooveel dagen of weken als hier is bepaald, de bevoegdheid van den kantonrechter te boven gaat, kan een betwistbaar punt worden geacht. Maar ik wil mij plaatsen op het standpunt van hen, die gelooven dat aldus inbreuk zal worden gemaakt op de bevoegdheid van den kantonrechter, zooals die is geregeld door de wet op de rechterlijke organisatie. In die onderstelling nu is het, meen ik, van gewicht bij deze wet te bepalen, dat bij uitzondering op den regel in de wet op de rechterlijke organisatie gesteld, de kantonrechter uitsluitend bevoegd zal zijn tot het berechten van deze jachtdelicten. Daarvoor pleiten deze redenen: de groote eenvoudigheid, het gemak, de weinige kosten, aan de rechtspraak van den kantonrechter verbonden, en ook dit, dat eene verdeeling van rechtsgebied ten aanzien van dezelfde soort van delicten tusschen den kantonrechter en de arrondissementsrechtbank wordt voorgekomen. Wordt het beginsel, door mij voorgesteld, niet aangenomen, dan zullen die jachtdelicten gedeeltelijk door den kantonrechter en gedeeltelijk door de arrondissementsrechtbank worden berecht, zonder dat in het begin van de vervolging nog in allen deele vaststaat, bij wien van beiden de berechting van de zaak behoort. Tot dusverre behoorden die delicten bij den kantonrechter, zoodat ik geene nieuwigheid verlang. Maar nieuw zou het wezen, wanneer deze delicten gedeeltelijk door de arrondissementsrechtbank, gedeeltelijk door den kantonrechter zouden worden berecht. Ten slotte nog dit: het komt mij waarschijnlijk voor, dat bij de aanstaande rechterlijke organisatie het rechtsgebied van de kantongerechten zal worden uitgebreid, dat dan hetgeen als straf is gesteld op deze jachtovertredingen in allen gevalle binnen de

Sluiten