Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het amendement van den lieer Van Kek wordt met 43 tegen 14 stemmen verworpen.

Art. 51 Voorkoming der rechtsvordering door vrijwillige betaling van liet maximum der boete. „Indien hij (de beklaagde) reeds gedagvaard is", ging het ontwerp voort, „kan de boete aan den bevoegden ambtenaar der „registratie niet anders worden voldaan, dan op schriftelijke machtiging van „den officier van justitie, door den voorzitter dei' rechtbank voor „gezien" „geteekend.

„Aan den officier wordt, binnen den door hem bepaalden termijn, de qui„tantie van den ontvanger door of van wege den beklaagde overgebracht."

Ik wenschte de volgende wijzigingen op dit artikel voor te stellen: 1°. in het laatste gedeelte van de 1ste alinea, in plaats van: van den officier van justitie, te lezen: „van den ambtenaar van het openbaar ministerie", en de woorden: door den voorzitter der rechtbank, veranderen in: „door den rechter";

2°. in de 2de alinea, voor aan den officier weder te lezen: „aan den ambtenaar van het openbaar ministerie".

Het zal, meen ik, geene verandering brengen in het stelsel; maar het is meer overeenkomstig met de uitdrukkingen in de voorgaande artikelen gebezigd.

Is liet visum van don voorzitter der rechtbank wol noodig?

Ik voor mij zou niet twijfelen, of, wanneer hier blijft staan rechter, en de zaak komt bij de arrondissementsrechtbank, die geheele rechtbank daaronder zou worden verstaan. Intusschen heb ik geene genoegzame reden voor het behoud van het visa, dat ook mij voorkomt eene tamelijk nuttelooze formaliteit te zijn. Ik kan mij dus wel vereenigen met hetgeen de geachte spreker heeft voorgesteld, de weglating namelijk van de woorden: „door den voorzitter der rechtbank of door den rechter voor gezien geteekend". Voor het overige behoef ik slechts te herinneren, dat de woorden: officier van justitie en officier daarom in ambtenaar van het openbaar ministerie moeten worden veranderd, omdat men anders inbreuk zou maken op de bevoegdheid, die de kantonrechter, zooals dit ontwerp nu is gesteld, zal hebben in verband met de tegenwoordige wet op de rechterlijke organisatie. In verband met die wet, zullen de jachtdelicten wellicht in den regel door den kantonrechter worden berecht: slechts sommige zullen bij de rechtbank behooren. Uit dien hoofde mag men hier niet alleen van den officier van justitie gewagen, maar moet men de algemeene benaming van ambtenaar van het openbaar ministerie bezigen. Ik geloof, dat de Commissie, hierop aandachtig gemaakt, geen oogenblik zal aarzelen, deze wijziging te ondersteunen.

Sluiten