Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

provinciën de eigenaren zijn. Het eigenaarsrecht is in de provincie Groningen, daar waar beklemde gronden zijn, een uiterst beperkt recht. De beklemde meier draagt alle lasten, die op den grond drukken, en de geachte spreker uit Leeuwarden, die zegt dat wij niets weten van het beklemrecht, zal dit toch wel als waarheid erkennen, dat de eigendom van beklemde gronden, vergeleken met het recht van eigenaars van niet beklemde gronden, meer naam is dan wezenlijkheid. Dat nu het wetsontwerp op die groote ongelijkheid let, die er tusschen de eigenaren van beklemde en die van niet beklemde gronden bestaat, dit is niet onbillijk. Het is, zoo mij voorkomt, volkomen juist met betrekking tot het recht van hem, die beklemd meier is en het genot heeft van de meeste rechten die een eigenaar toekomen; het is juist met betrekking tot den geheelen landhuishoudelijken toestand van dergelijk gewest waar de gronden doorgaans beklemde gronden zijn.

In de tweede plaats zegt de geachte spreker: voor den eigenaar zal nimmer gelegenheid bestaan, dat terug te krijgen. Ik moet daarop tweeërlei antwoorden. Het contract is wel gesloten zonder opzegbaar te zijn, maar dit neemt niet weg dat bij caduciteit, — en er zijn verschillende oorzaken van caduciteit — de beklemming ophoudt en de eigenaar wederom de vrije beschikking over zijn grond verkrijgt. De eigenaar verliest dus zijn recht geenszins, en er is, dunkt mij, alles voor om zoolang de beklemming bestaat, het uitoefenen van het eigenaarsrecht voor den beklemden meier althans mogelijk te maken, zooals het ontwerp dan ook doet. 2. Ik zal den geachten spreker niet behoeven te herinneren, in welke handen de eigendom van beklemden grond door verloop van tijd gekomen is; in die van zoodanigen namelijk, wier individueele betrekking op den grond met die van eigenaars in andere provinciën op den hunnen niet mag worden vergeleken.

Ik meen derhalve, dat hier geene onbillijkheid of onrechtvaardigheid jegens de eigenaars wordt gepleegd; dat integendeel de rechtvaardigheid en billijkheid medebrengen voor de beklemde meiers in Groningen de deur te openen, die het nieuwe artikel hun ontsluit.

De heer v. Hasselt komt terug.

Wat het eerste punt van de rede van den geachten spreker betreft, moet ik dit antwoorden. Dat ik mij zou hebben schuldig gemaakt aan datgene, wat, bij deze discussie zoo dikwerf door leden gepleegd, den Minister misschien wel stof tot klagen zou kunnen opleveren, dat ik nu onverhoeds dit amendement in de Vergadering zou hebben gebracht, ik moet dit ten stelligste ontkennen. Dit zelfde amendement heb ik voorgedragen in de eerste dagen der discussie, en het is gedrukt in het Bijblad te lezen. Men heeft dus meer dan acht dagen tijd gehad het te beoordeelen en na te gaan.

Sluiten