Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wellicht zou ik mij kunnen vergenoegen, den eersten spreker van dezen morgen te beantwoorden met de rede van den tweeden, en den tweeden spreker met de rede van den eersten. Dien weg zal ik niet inslaan. Ik zal aan elk van die sprekers een afzonderlijk antwoord geven, en mijn antwoord.

De geachte spreker uit Zwolle (de heer Sloet tot Oldhuis) vreest dat de telegrafen, bij dit ontwerp bedoeld, zullen worden telegrafen niet van het volk, maar van het Gouvernement. Hij meent, dat de telegrafen inzonderheid ten dienste van het Gouvernement en niet van de natie zullen strekken.

De geachte spreker leidt dit vooreerst hieruit af, dat volgens het gegeven overzicht 's Gravenhage telegrafisch met de hoofdsteden der provinciën zal worden verbonden. Die verbinding, zegt hij, is niet genoeg; zij kan voor het belang der Regeering voldoende zijn, zij voldoet niet aan de behoeften van het verkeer. De Regeering schijnt echter niet het voornemen te koesteren verder te gaan; zij zal hetgeen nu nog ontbreekt — en dat ontbrekende moet inzonderheid in de algemeene behoeften voorzien — overlaten aan de particulieren. Maar de particulieren zullen evenmin als de gemeentebesturen dergelijke ondernemingen wagen. Onze ondernemingsgeest is niet wakker genoeg. En zoo komt de geachte spreker tot het besluit, dat het Gouvernement meer moet doen dan het belooft bij dit wetsontwerp en bij de memorie van toelichting; dat het Gouvernement meer moet doen, althans meer beloven. Mijne Heeren, het komt mij voor, dat men in deze zaak — gelijk in andere zaken — wel doet, minder te beloven dan men later wellicht zal doen; beginnen met weinig, om daarna meer te doen, naar mate de behoefte meer zal eischen. Wanneer ik, in de plaats van dat eenvoudig telegrafen verband, had voorgedragen een zeer omslachtig net, dat alle eenigszins aanzienlijke, eenigszins vermogende plaatsen omvatte, zou men mij dan niet met recht hebben te gemoet gevoerd: gij wilt op eenmaal te veel omvatten; gij verwacht te weinig van de natuurlijke ontwikkeling. Ik verwacht van die ontwikkeling zeer veel; ik verwacht, dat wanneer deze correspondentie zal zijn gesticht, daaruit het gevoel van behoefte aan verdere correspondentie zal ontstaan, en dat zich uit dat gevoel, hetzij bij de Regeering, hetzij bij de particulieren, die kracht zal ontwikkelen, die noodig is om datgene, wat in den beginne onvolledig was, volledig te maken. Wanneer twee, drie, tien draden eens gelegd zijn, meerdere draden zullen dan zeer spoedig volgen. Ik geloof dat het hier op den aanvang aankomt, en dat, de stam eens geplant, de takken spoedig zullen uitspruiten. Indien de particulieren niet mochten beantwoorden aan hetgeen ik voor mij van hen, van hunne ondernemingszucht meer wacht dan de geachte spreker, de Regeering zal dan verder gaan, naar gelang de behoefte zich zal doen gevoelen. De Regeering, die zich deze taak eens aangetrokken heeft, zal er mede voortgaan, wan-

Sluiten