Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

artikelen mocht voortvloeien". Welnu, onder die toepassing van de bepalingen van de twee voorgaande artikelen, is juist begrepen de toepassing van hetgeen vervat is in het begin van de 1ste alinea van art. 4. Ik kan dus hoegenaamd niet inzien, dat door de verplaatsing een andere zin zou worden verkregen. En, Mijne Heeren, daartegen, dat de wet van zin zou veranderen, moet ik haren uitleg vooral vrijwaren. Dat de zin dezelfde blijve, daarop moet ik volstrekt staan, want de wet is, mijns inziens, niet uitvoerbaar, wanneer de zin van art. 4 niet wordt behouden. De geachte spreker heeft wederom gewaagd van het verschil dat kon rijzen omtrent de vraag, of er onteigening plaats vindt, wanneer een last, eene dienstbaarheid op een "grond wordt gelegd. Ik geloof niet, dat de geachte spreker in de wet op de onteigening een enkel voorschrift zal vinden, hetgeen tot dat begrip aanleiding geeft. De gedachte, het geheele stelsel van de wet op de onteigening is gebouwd hierop: dat onteigening plaats vindt, wanneer liet bezit van een goed wordt overgebracht van den een op den ander. Nu is de meening van deze wet, een last op te leggen daar, waar geene onteigening, geene overbrenging van eigendom van den een op den ander te pas komt; op te leggen tegen schadevergoeding. Dit is de zin, dien ik moet handhaven.

De geachte spreker uit Gouda (de heer Van der Linden) heeft eene aanmerking gemaakt op het woord ambtmaren, en dat woord vergeleken met het woord beambten, voorkomende in een ander artikel, "ik geloof, dat men best doet, in eene wet eenzelfde woord te gebruiken voor hetzelfde begrip. Evenwel, die twee woorden worden in onze wetten voor hetzelfde begrip door elkander gebruikt, en zou ik ongaarne met den geachten spreker dezen weg opgaan, ambtenaren uit dien hoofde in beambten te veranderen, omdat wij aan het woord ambtenaren de beteekenis plegen toe te kennen van beambten in publieken dienst. Hier worden zonder eenigen twijfel ook beambten van particuliere telegrafen verstaan, maar die verandering op den aangevoerden grond zou, dunkt mij, niet van heilzamen invloed kunnen zijn op den uitleg van andere wetten, reeds gemaakt of in het vervolg nog te maken, waar die onderscheiding niet in acht wordt genomen" Bovendien, aangenomen dat ons spraakgebruik medebrengt aan het woord ambtenaren vooral den zin te hechten van beambten in puhlielcen m Staatsdienst, dan nog is de zaak voor eene dubbele opvatting nauwelijks vatbaar. Er wordt gesproken van ambtenaren van de telegrafen , en daar nu in deze wet sprake is zoowel van publieke van Gouvernementstelegrafen, als van telegrafen van particuliere ondernemingen, kan, dunkt mij, de zin niet twijfelachtig zijn. Ik zou daarom hier het woord ambtenaren liefst behouden, en er eer toe overhellen op eene andere plaats, waar beambten en niet ambtenaren is gesteld, dit te veranderen. Maar ik zou dit alleen willen, om overal voor hetzelfde begrip hetzelfde woord te bezigen; volstrekt niet omdat

Sluiten