Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die ik zeggen zal, nadat ik eerst een paar punten uit de rede van den geachten spreker uit Utrecht zal hebben opgenomen.

De geachte spreker uit Utrecht heeft gezegd, dat het amendement, zooals het nu is geformuleerd, onderstelt, dat alle aanhangige voorstellen geacht werden te zijn vervallen door de sluiting. Mij dunkt, dit is, althans ten aanzien van de voorstellen van de Kroon, het geval niet, zoo het artikel strekt, 0111 de behandeling van die voorstellen later weder op te vatten in den staat, waarin zij in eene vorige vergadering waren gelaten.

De geachte spreker beweert, dat in art. 106 der Grondwet wordt gesproken van de Kamer in het algemeen, niet van de Kamer, vergaderd in een bepaald jaar. Indien dat juist ware, dan zou, wanneer, in welke Kamer ook, het voorstel in de afdeelingen mocht zijn behandeld, aan het voorschrift van art. 106 zijn voldaan; dus ook, wanneer het voorstel in eene ontbondene Kamer — en de voorsteller wil dat geval uitgesloten hebben — vroeger of later, aan een onderzoek in de afdeelingen mocht zijn onderworpen. Ik geloof, daarentegen, dat in art. 106 bedoeld wordt die Vergadering, aan welke liet voorstel is ingezonden.

Volgens den spreker uit Utrecht moest de bepaling van art. 106 eigenlijk slechts in het Reglement van Orde staan en behoorde zij niet in de Grondwet. Hij heeft tot betoog daarvan aangehaald het advies van de Commissie vnn 1815, den graaf van Hogendorp en ook den schrijver die aanteekeningen op de Grondwet schijnt te hebben geschreven. Ik meen dat de door den geachten spreker ingeroepen adviseurs en schrijvers slechts gesproken hebben over onderscheidene voorschriften, die in de toenmalige Grondwet werden gevonden; ik herinner mij niet, dat zij bepaald gesproken hebben van den inhoud van het tegenwoordig art. 106. En ik meen tevens, dat als grond van het voorstel, om dit voorschrift van art. 106 in de Grondwet op te nemen, juist datgene is opgegeven, hetgeen de geachte spreker zelf niet heeft over het hoofd gezien. Men heeft willen beletten het decreteeren d'urgence; men heeft gezegd: elk voorstel aan de Kamer moet vooraf in de sectiën worden onderzocht, om te zorgen, dat geen voorstel als bij acclamatie worde verworpen of aangenomen. Indien deze grond goed is, dan zou het bedenkelijk zijn geweest zoodanig voorschrift aan het Reglement van Orde over te laten, want dan ware het van de Kamer afhankelijk gebleven, het voorschrift al of niet in haar reglement op te nemen, of, werd al het voorschrift opgenomen, te besluiten: „dat artikel van het Reglement van Orde z.'il ten aanzien van dit of dat voorstel buiten werking blijven." Aan den grond van het voorschrift zou dus weinig voldaan zijn, ware het aan het Reglement van Orde overgelaten.

Nu kom ik tot het amendement van den geachten spreker uit de residentie, voor zooveel betreft de voorstellen van de Kroon. Waarom

Sluiten