Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en wel langs den straatweg. Ik zie ook niet eene reden, waarom ik eene andere richting zou kiezen. Wanneer men de richting koos, die wellicht de spoorweg zal nemen, dan zou men moeten wachten totdat die richting definitief ware bepaald, en wachtte men daarop, men zou niet kunnen voldoen aan hetgeen het tractaat, met België gesloten, eischt. Het vordert, dat nog in den loop van dit jaar de verbinding door middel eener lijn, die op Antwerpen loopt, moet zijn tot stand gebracht, en ik hoop dat die lijn nog vóór het einde van het jaar zal zijn voltooid. Maar ten andere, stelt, de richting van den spoorweg ware bepaald, waartoe zou het dienen, die richting te volgen? Deden wij het, wij zouden aan het nadeel zijn blootgesteld, dat wij, alvorens de gronden waren onteigend, den draad moesten spannen over particuliere eigendommen. En waartoe is het noodig, dat de telegraaf den spoorweg volge? Op den spoorweg zal door de ondernemers eene eigene telegrafische gemeenschap voor den dienst van den spoorweg worden aangelegd. Dit gaat de algemeene telegrafische verbinding hoegenaamd niet aan. Art. 2, dat hier wordt aangehaald, is in het verdrag opgenomen alleen op verlangen der Belgische onderhandelaars. Ik heb gevraagd, of men, ook wanneer het artikel er niet in was, niet hetzelfde zou kunnen doen? Maar men heeft het verlangd, en is het na mijne vraag blijven verlangen, en ik heb geen bezwaar gevonden toe te geven. Dat men het van de zijde van België heeft verlangd, vindt zijn grond misschien hierin, dat de telegrafische lijnen in België tot dusver de richting der spoorwegen volgen. Maar dit zal wellicht in België ook ophouden, en er is geene reden hoegenaamd, waarom wij die uitsluitende richting zouden aannemen.

Bij de beraadslaging over een voorstel van den heer Dommer van Poldersveldt, dat de Kamer tot den 15den Juni zoude op recès gaan. De lieer Groen van I'iinsterer meende, dat liet eene bijbedoeling van bet voorstel was, na den l.r»den Juni onafgebroken gedurende drie maanden weer aan liet werk te gaan; immers de uitlegging door de Kamer aan art. 98 der Grondwet gegeven leidde daartoe; anders deed men werk te vergeefs. Hij verklaarde zich daartegen, maar wenschte den 15den Juni terug te komen om nog ééne maand te besteden aan spoedeischende zaken en aan de wet op het armbestuur.

Een enkel woord tot de Vergadering over het reces. Ik onthoud mij te antwoorden op sommige punten, aangevoerd door den geachten spreker uit de residentie, afgevaardigde uit Zwolle; ik onthoud mij daarvan met moeite, want een antwoord te geven zou mij genoegen doen. Ik zal dus voorbijgaan, dat de geachte spreker in de Kamer een negatief vermogen vindt, en, vermits een lid de overgroote meerderheid der Kamer heeft verklaard eenzelvig te zijn met het Ministerie, die eenzelvigheid ook op dat negatief vermogen heeft toegepast.

Sluiten