Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

v;ui den bloei van cene gemeente, maar van hetgeen noodig is om de gemeente als zoodanig in stand te houden, en de gemeene belangen der ingezetenen te bevorderen. Nauwer, geloof ik, kan het begrip van huishouding niet wel worden bepaald. Wij hebben hier te doen met gemeenten, waarvan de middelen ontoereikend zijn om ze, als zoodanig, in leven te houden en de gemeene belangen van de ingezetenen te bevorderen; gemeenten dus, die uit dien hoofde, tot hare instandhouding of in het gemeene belang der ingezetenen, dringend hulp behoeven. Nu zou de geachte spreker in deze wet de beperking willen brengen, dat alleen dan volgens dezen regel zou worden gehandeld, wanneer de gemeente niet kon voorzien in die uitgaven, welke haar bij de wet — de gemeentewet of eene bijzondere wet — mochten zijn opgelegd. Ik vrees, Mijne Heeren, die beperking zou te ver gaan, omdat men dan wellicht onderscheidene gemeentewerken zou uitsluiten, waarin het gemeene belang van de ingezetenen zoozeer is betrokken, bijv. wegen. Tegenwoordig komt in onderscheidene provinciën op dc begrooting een algemeenc post voor oin te voorzien in de kosten van het maken van wegen in behoeftige gemeenten; mij dunkt, een uitstekend nuttig subsidie. Eene gemeente met een paar wegen zal eeno geheel andere gemeente zijn, dan zij was zonder wegen, en er is in onderscheidene gemeenten, zonder subsidie, niet tot het bezit van een weg te geraken. He geachte spreker wil het voorzien in dergelijke behoeften uitsluiten. Hij schijnt te onderstellen, dat deze wet eene nieuwe orde van zaken zal invoeren. Maar ook tegenwoordig komen zeer veel subsidiën op de begrootingen der provinciën voor. loen ik ten verleden jaar bij de behandeling van dc begrooting zeide, dat eene wet als deze zou worden voorgedragen, was het niet omdat de provinciën doorgaans onwillig zijn. Zij doen nu om aan behoeften van gemeenten te gemoet te komen veel meer, dan zij zullen behoeven te doen bij de toepassing van deze wet. Maar wat was de aanleiding? De provincie Noordholland, bijv., voorziet in de gemeentewerken van Urk en wanneer nu de Provinciale Staten van Overijsel verklaren, dat zij met Schokland niet meer willen te doen hebben, dan kunnen dc I tovinci.ile Staten van Noordholland ook z*'ggen i wij laten ons aan Urk niet meer gelegen liggen; Urk is niet van bijzonder belang voor deze provincie. En ten einde nu op hetgeen de eene provincie zegt, de andere geen recht zou bouwen, zeer tegen het algemeen belang in, daarvoor is het noodig een regel te stellen, waarbij, meen ik, dc uitdrukking van deze wet niet anders doet dan hetgeen de geachte spreker uit Zutl'en en de spreker uit Leeuwarden willen, dat namelijk, wanneer in een noodzakelijk gemeentewerk door eene gemeente niet kan worden voorzien, zal kunnen gehandeld worden volgens deze wet. Ik kan mij geene toepassing van deze wet voorstellen in het geval, dat de Provinciale Staten weigeren bij te dragen in hetgeen men in ruimer zin nuttige ondernemingen zou kunnen noemen.

Sluiten