Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hiertoe heeft betrekking hetgeen de geachte afgevaardigde uit Arnhem antwoordde op mijn zeggen: de Staten kunnen de behoefte eener gemeente miskennen. Hij antwoordde: wie beoordeelt de miskenning? Het is het Gouvernement. En dit keurde hij af. De vraag is, Mijne Heeren, of men wil dat er eene macht in den Staat zij, geroepen om te beoordeelen of er miskenning plaats vindt. Wil men dit niet, wil men in de Provinciale Staten eene souvereine macht zien, ook daar waar het geldt de zorg voor behoeftige gemeenten, dan moet men alle appèl bij eene hoogere macht afsnijden. Maar wil men dat niet, wil men eene hoogere controle toelaten in het belang der gemeenten, die niet alleen leden zijn der provincie, maar ook van het Rijk, dan vraag ik, van'welken rechter hier meer onpartijdigheid, meer juistheid is te verwachten dan van het Gouvernement? Is het denkbaar, dat het Gouvernement, uitspraak doende tusschen eene behoeftige gemeente en de Provinciale Staten, na de behandeling, die de zaak in eene publieke Provinciale Statenvergadering heeft ondergaan, ten onrechte partij zal trekken voor de gemeente, ten nadeele van de provincie?

Op het eerste woord van den geachten spreker uit Arnhem (den heer Mackay) had ik reeds de eer te antwoorden. Hij heeft weder de woorden schuil- of ligplaats in verband gebracht met de haven van Nijmegen. Ik ontken de toepassing van deze wet op dat geval; de wet is op schuil- of ligplaats alleen in zooverre toepasselijk, als zoodanige haven inderdaad als eene noodzakelijke gemeentebehoefte mocht kunnen worden beschouwd; alleen in zooverre, als de gemeente dergelijke inrichting vereischt, om in haar stand te blijven en te kunnen voorzien in de gemeene belangen der ingezetenen.

Bij den spreker uit Zevenaar (den heer van Nispen) is twijfel gerezen ten aanzien van de beteekenis der 2de alinea, luidende: „Deze onderstand moet althans de helft dier kosten beloopen, alvorens van Rijkswege daartoe kunne worden bijgedragen." Zijne vraag komt, meen ik, hierop neder: kan het Gouvernement, krachtens die 2de alinea, ook meer dan de helft van hetgeen de gemeente zelve niet bij machte is bij te dragen, op de Staten leggen? De geachte spreker meent tot dien twijfel, of het Gouvernement niet wel eens meer dan de helft zou kunnen leggen op de Provinciale Staten, aanleiding te vinden in eene uitdrukking van de Memorie van Toelichting en van Antwoord. Daar is van een minimum gesproken. Maar die uitdrukking is gebezigd, opdat niet de wet in den weg ware aan zoodanige mildheid van Provinciale Staten, die meer dan de helft wilden bijdragen. Krachtens deze wet evenwel — het komt mij volkomen duidelijk voor — kan het Gouvernement nooit meer dan de helft van hetgeen te kort komt, aan de Provinciale Staten opleggen. Neemt men dat niet aan, dan zou deze wet kunnen leiden tot zoodanige toepassing, dat de geheele ondersteuning zou kunnen worden gebracht

Sluiten