Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Negentiende Tooneel.

Hendrik, Ernst, Lichthart, Losbol, Kwistgoed, Zoetjo, Michol.

Ernst. Wel Lichthart, ik bon verwonderd. Staan uwo zaaken

zo slecht?

140 Lichth. Zo kunnen rao niet uit myn huis haaien, Papa: ik sta op

myn burgerrecht. Kwistg. Och! Myn liove Man! ik ben zo bedroefd. Wat ongoluk

hebben we te vrcezen! Ik twyfel niet of de zaak zal op do beurs al ruchtbaar

weezen.

En nu krygen we ligt al de crediteuren te gelyk op hetlyf. Lichth. Daar had je wel vóór kunnen weozen, verkwistend en

dartel Wyf.

145 Kwistg. Had je my in tyds gewaarschouwd , ik had me graag willen

roodereeren.

Lichth. Praatjes! gy hebt me goruincerd met uw kostelyk huisraad

en prachtige kleêren, Door uw saletten, visiten en contravisiten, by de rykste

Dames van de Stad. Puur of ik all' de goud- en zilvermvnen van Mexico en

Peru in myn bezit had. Losbol. Michel, zie waar de Chirurgyn blyft: myn nicht dient

noodzaakelyk te worden gelaaten.

Michel binnen.

150 Kwistg. Ik zou zo voel kunnen zeggen; maar ik ben te ontsteld

om te praaten.

Als ik u all' do fouten verwyten zou, die gy staande ons

huwelyk hebt gedaan, Daar waar' geen end' aan. Pleegt gy niet alle avonden met Losbol in de munt of in 't heerlogement te gaan? Lichth. Gy en nicht Zoetje zyn in staat een koningsgoed te verkwisten. Kwistg. Gij niet minder.

Lichth. Wyf, maak myn bloed niet verder aan 't gisten.

155 Kwistg. Hoe dikwils kwam je 's morgens dronken t'huis! Wie weet

wat geld gy hebt verteerd, Als je de geheele nacht had opgetrokken, gezoopen, en

gekwinkeleerd ? Gy weet niet eens hoe uw zaaken staan; dat hebje alleen

op Joris laaten aankoomen. Lichth. Wyf, als je niet zwygt, zal je van den duivel droomen. Hendrik. Zacht wat, Kinderen! zacht wat, spreekt malkander met

fatzoen.

Sluiten