Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

310 Lichthart en Kwistgoed, uw Zoou is minderjarig: dier-

halvcn zoud ge uw stem Tot die trouw dienen to geeven, indien ze u kan behaagen. Wat dunkt 'er u van?

Lichth. Papa, wy staan verwondord over uw goedheid: tot

zulk een goedo zaak behoeft go onze stem niet

te vraagen.

Kwistg. Wie zou dat niet toestemmen ? want myn Zoon is 'er meê

bewaard.

Rykje is wel opgevoed, schoon, ryk, en van een' zacht-

zinnigen aart;

315 Drio deugden, die ieder op zichzelven een' Jongeling

moeten bokooren. Ernst. Ik verwagt hom straks met zyn Liefste hier: Heer Rykert heeft my ook beloofd meê te komen, om 't uitsluitsel

Ie hooren.

En dewyl nu alles geschikt is, en de kosten gemaakt zyn

tot het gastmaal en bal, Willen wy niet dat het gezelschap vaa Juffers en Heeron

u bespotten zal: Laat het den geheelen nacM deurstaan met danssen en

banketteeren;

320 Maar denkt dat het de laatste maal zal weezen dat we u

zulke verkwistingen zullen permitteeren. Kwistg. Ach! wy omhelzen u: want gy hebt ons fatzoen bewaard,

en al onze smart verzoet. Kwistgoed en Zoetje omhelzen Ernst en Hendrik. Iloadrik. Zacht, daar komt Heer Rykert ....

Nadat do verloving van Rykje en Sybrand tot stand is gekomeD, wordt het bal door Lichthart en Zoetje geopend. Dun valt het gordijn.

§ 2. Huibert Kornelisz. Poot (1689—1733).

Huibert Kornelisz. Poot werd in 1689 te Abtswoude, b{j Delft, geboren als zoon van een welgestelden landman. Ofschoon hij maar zeer weinig onderwijs had genoten, maakte hij als jongeling toch reeds een goed figuur in de bijeenkomsten der rederijkerskamers van de naburige dorpen, waar het trouwens met de kunst zeer treurig gesteld was. Zijn ijdelheid werd er niet weinig ge-

Sluiten