Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D. cecxnr. VERTOOG.

Den 25. October 1734.

fl's xtyyxitov -rpxyiJL 'èvTt'j, tij Zet?, xa* Qecï,

AuAoj yevsixi xxpx^povuvro^ SevToru,

Aristopiianes.

Hoe moeihjk kan een Slaaf zyn dwazen IIeer voldoen!

Op het einde van myn Vertoog No. 262, heb ik gewag gemaakt van meesters, die hunno bediendens, door afgetrokkenheid van gedagten, verwerde of half uitgesprooke bevelen geven, en egter zig belgen, wanneer dezelven niet, gelyk ze in hunne herssenen zyn begrepen geweest, stiptelvk worden uitgevoert. Op die wyze gebeurt het niet zelden, dat hoe een knecht het ook maakt, en zyn zaken overlegt, hy 't zelfde gevaar loopt van voor een loskop, of botterik te worden uitgescholden. Neem eens dat een Heer op reize zy, en een Domostiek vooruit schikt, om op de eene of d'andere plaats tegens zyn komst aldaar, een Koets te huuren. De Jongman spoed zig, zo veel mogelyk is; maar hy vind nog Koets nog besloote Rytuig; dog wel een open Wagen, waar in voor zyn Meester, en deszelfs gezelschap plaats genoeg is. Hy neemt dit Rytuig aan, dog by ongeluk voor hem, is het koud oi' regenagtig weeder, en zyn Heer heeft juist den grootsten haast niet. Hier over zal hy somtyds bestraft worden, als iemand, die zyn' ontfangen last kwalyk heeft uitgevoerd. Je wilt allyd, zal hem toegesnaauwt worden, alles naar uw eigen hooft doen. Waarom zyt gy vermetel genoeg, om myne orders naar uwe gedagten, uit te leggen en niet letterlyk op te volgen. Ik het) U van een Koets, en niet van een ongedekte Wagen gesprooken, en kond gy gi'en Koets krygen, zo had gy nader beveelen van my moeten afwagten. Dog onderstellen wy eens, dat de Knecht juist aldus gehandelt hebbe, en dat zyn Meester noodzakelvk voort moest, zonder desaangaande het minste gewag te hebben gemaakt, zo is het blaadje omgekeert. De arme Jonge is een plompe rekel daar men alle dag zo mee geschooren is. Men moet hem alles van stukje tot beetje uitleggen; en men kan niets op zijn verstand laten aankomen. Kon hy geen Koets krygen, hy moest een ander Rytuig genomen hellen, dat verstaat zig van zelf. 't Is Immers zyn Heer evenveel hoe hy voort komt, als hy maar weg spoed, en wat Jan of riet daar tegens in mag brengen, hy hoeft ongelyk, omdat hy do Knecht, en de ander de Meester is, en hem word bevolen zyn malle bakhuis toe te houden. Do schuld legt nogtans baarblykelyk op den Meester. Wil hy naar zyn zin gehoorzaamt zijn, hy kan met geen te groote nauwkeurigheid alle voorvallen specificeeren, om zo weinig als het mogelyk is aan het begrip van zyn Dienaar over te laten. Zyne bevelen zouden naar genoegen zyn naargekomen geweest, indien hy in 't eerste geval getoond had, dat hy geeq

Sluiten