Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want Garaa, zedert vyftig jaaren

Gewoon te dienen en gebiên,

En met bedaardheid in gevaaren De fauten van de Jeugd te zien,

15 Zegt: deese Waaghals is t'omringen:

Ik ga die stoute muitelingen

Doen zien, dat ik dien dollen loop Met minder arbeid in zal binden,

Als eens myn Vader konde vinden 20 In stormen Caap de Goede Hoop.

Fluks zwaeyen op 't gegeeven teeken

Vier oorlogsbodems tegen een:

De Lange's hart ziet onbezweeken Hun boord om zyne boorden heen 25 En vuur uit honderd monden braaken.

Daar is geen middel, weg te raaken,

't Behoud hangt af van syne moed:

't Gevaar, op 't allerhoogst gekoomen,

Doet nog de Lange minder schroomen! 30 't Ga vaar verdubbelt synen gloed!

Maar schoon door 't roer, geschut, musquetten,

Bediend gezwind en na de kunst,

De Lange 't ent'ren wil beletten,

Het Noodlot weigert alle gunst,

35 En Gama klemt in korte tyden De scheepen vast aan alle zyden Yan d'ongetemde fiere Leeuw;

Hem blyft maar over, aan te toonen, Dat niemand van die Zee bewoonen 40 Is onyerzaagder als de Zeeuw!

Hij zegt: Fortuin heeft ons verlaaten,

Maar hart en buskruit zyn ons by;

U lieden is de keur gelaaten Van altyd Eer Qf slaverny!

45 By my is vastlyk voorgenomen,

Zo 't ergst' aan ons mogt overkomen,

Te sterven aan myn eigen boord;

My zal geen Bloedraad's Vonnis treffen, Nog Myt voor my haar vlam verheffen, 50 Geen beul bereiden zwaard of koord!

Sluiten