Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 5. De Dames Wolff en Deken.

Deze voortreffelijke vrouwen hebben haar roem vooral te danken aan de letterkundige producten, die zij gezamenlijk in het licht hebben gezonden, 't Geen zij vóór haar samenwerking ieder afzonderlijk uitgaven, is werk van veel minder beteekenis, al heeft

Bctje Wolff geb. Bekker (1738-1804),

de meest ontwikkelde der twee, door haar gedichten heel wat beroering, maar ook veel bewondering verwekt.

Zij werd te Ylissingen geboren (1738), waar zij haar jeugd met lezen en studeeren doorbracht, tot zij in 1759 met den geleerden Ds. Wolff uit de Beemster, een weduwnaar van ruim vijftig jaar, in het huwelijk trad. In haar huwelijk, dat kinderloos bleef, ging zij voort, zich door uitgebreide studie, vooral van wijsgeerige werken, verder te ontwikkelen, en nam zij door haar vrijzinnig-godsdienstige geschriften en haar hekeldichten op de Zoo-zoo's (zie Dl. I, pg. 240) een werkzaam aandeel in den strijd der geesten op godsdienstig en politiek gebied.

Een jaar voor den dood van haar echtgenoot had zij kennis gemaakt met

Aagje Deken (1741—1804),

een Amstelveensche boerendochter, in het Collegianten-weeshuis te Amsterdam opgevoed, later als dienstbode in verschillende betrekkingen werkzaam, en als dichteres van stichtelijke gedichten bekend. Door een gemeenschappelijken vriend kwamen zij met elkander in aanraking, en, ondanks het groote verschil in ontwikkeling en maatschappelijken rang, werden weldra vriendschapsbanden saamgeknoopt, die slechts door den dood konden worden verbroken.

Terstond na het overlijden van Ds. Wolff (1777) verzocht Betje aan Aagje haar te komen troosten. Aagje kwam onmiddellijk

Sluiten