Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over, en woonde haar geheele leven verder met haar vriendin samen, die zij slechts negen dagen overleefde.

Yan de Beemsterpastorie verhuisden zij naar de Rijp, waar haar

letterkundige samenwerking

een aanvang nam met Brieven over verscheiden onderwerpen. Weldra zouden zij den briefvorm ook bezigen voor een roman, onder den titel:

Historie van Mejuffrouw Sara Burgerhart [Niet vertaalt]

in 1782 verschenen. Groot was de bijval, dien zij niet dezen oorspronkelijken roman verwierven. En geen wonder! Den fijnen humor, de groote frischheid en oorspronkelijkheid, den lossen, natuurlijken stijl en de groote menschenkennis, waardoor vele „vertoogen"' van v. Elfen zich zooveel vrienden gemaakt hadden, vond men hier in ruime mate terug. De ondeugende, geestige Saartje (A. 1,2), den oprechten, eenvoudigen Blankaart (A. 3), de huichelachtige Benjamins en Cornelia Slimpslamps (A. 1, 3) om van zooveel anderen niet te spreken, zag men als 't ware levend voor zich.

Als zedenroman, die ons een blik doet slaan in het maatschappelijk leven onzer voorouders in 't laatst der 18e eeuw is het boek, ondanks enkele zwakheden en gebreken, een waar meesterstuk, dat ook nu nog met graagte gelezen wordt, al mag de briefvorm eerst wat afschrikken.

De beide schrijfsters waren ondertussclien verhuisd naar Beverwijk, waar zij eenige zeer gelukkige jaren in gezamenlijken arbeid sleten. Hier schreven zij o. a. de

Historie van den Heer Willem Leevend [Niet vertaald],

een roman, in acht deelen, en daardoor wat te lang voor ons hedendaagsch publiek. Toch komen er onovertroffen brieven in voor, zoo bijv. die waarin Martha de Harde zich zelf schildert of

Sluiten