Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door anderen geteekend wordt (B. 1, 2, 3, 4, 5). Niet minder guitig als Saartje is Alida Leevend (B. 1, 2, 3, 4), een jonge dame uit den aanzienlijken stand, later als mevrouw Rijzig een beminnelijke vrouw en voortreffelijke moeder. Naast deze twee uitstekend geslaagde karakterteekeningen, komen er verscheiden andere in voor, die getuigen dat de schrijfsters na den Sara Burgerhart nog waren vooruitgegaan. Men vindt er echter, meer nog dan in haar eersten roman, iets van de Duitsche sentimentaliteit (B. 6), waartegen zij zich zoo krachtig willen verzetten. Ook zij konden niet geheel aan den tijdgeest ontkomen.

In 't voorjaar van 1788 vertrokken zij, zich niet veilig meer achtend om haar patriottische gevoelens, naar Frankrijk, waar zij in Trévoux eenige gelukkige jaren doorbrachten. Ook hier werkten zij hard.

Behalve haar „Wandelingen door Bourgogne''' schreven zij nog „ Brieven van Abraham Blankaart" en Historie van Mejuffrouw Cornelia Wildschut of de gevolgen der opvoeding die echter niet in de schaduw kunnen staan van haar eerstelingen. Het didactische treedt vooral in den laatsten roman al te zeer op den voorgrond.

Toen in 1798 het bericht kwam, dat haar geheele vermogen verloren was gegaan, moesten de beide vriendinnen naar het vaderland terug, waar zij, door vrienden gesteund, haar leven nog eenige jaren rekten. Betje trachtte, zooveel haar zwak lichaam dit toeliet met vertalen nog wat te verdienen, maar zij bleven tot haar dood in kommervolle omstandigheden.

Beide vrouwen hebben elkaar op een gelukkige wijze aangevuld, en door haar samenwerking onze letterkunde met een paar frissche, door-en-door oorspronkelijke echt-Hollandsche boeken verrijkt, die meer dan iets anders er toe mee werkten om het sluimerende zelfstandigheidsgevoel onzer voorouders op te wekken, en hen te behoeden voor het totale verlies van het nationale karakter.

Sluiten