Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Gods Goedheid.

God is goed, daar valt de regen

Op het uitgedroogde land:

Vader bad om zulk een zegen.

Zonder regen,

Zegt hy, groeit geen kruid nog plant.

Lieve droppels, valt op de aarde!

Valt in grooten overvloed;

't Goud is niot van zulk een waarde Voor onze aarde. God verhoort ons: God is Goed!

4. De edelmoedige wedervergelding.

Zou ik dan myn zusje kwellen, Om dat zy me niet bemint ( Zou ik kwaad van haar vertellen ? Neen, ik denk zy is een kind

'k Zal haar van myn lekkers geven Dan wat druiven, dan een peer, Dan een hazelnoot zes zeven, En wanneer zy wil, nog meer.

'k Zal haar hart door liefde winnen, Ze is toch geen kwaadaardig kind; Zoo lang zal ik haar beminnen, Tot ze in 't eind my ook bemint.

Do sentimenteele richting wordt bij ons t vaakst en t verst ingeslagen door den Zwolsclien burgemeester,

Mr. Rhynvis Feitli (1753-1824),

die dweepte met de pathetische verzen van den sentimentalist Klopstock. In verheerlijking van de „bleeke maan„denken aan de eeuwigheid," wandelen of rusten op „kille grafzerken, liefst in gezelschap van een „wegsmeltende schoone, doet hij in zijn v. Schothorst. II. ^

Sluiten