Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werken voor de meest gevoelige Duitschers niet onder. Sterk komt zjjn sentimentaliteit aan den dag in zijn twee romans

Julia (A),

waarin hij zijne „gedachten omtrent de Liefde in een tafereel van twee gevoelige harten" ontwikkelt, en in

Ferdinand en Constantia (B.),

waarin de twee gelieven, tengevolge van een misverstand wegkwijnen, maar eindelijk elkaar op het graf van de „al te teedere" Cecilia terugvinden, en daarna in het huwelijk treden.

Trachtte hij in deze romans zijn gedachten over de liefde te ontwikkelen, die vooral hierop neerkomen dat ware „liefde zonder deugd" niet bestaan kan, in zijn vier groote leerdichten, waarvan vooral

Het Graf (C.)

bekend is, houdt hij lange bespiegelingen over het leven, den dood en de eeuwigheid, en beschouwt hij den dood als een verlossing. Ook hier geeft hij ons telkens schilderingen van sombere nachten met „vliegend wolkgespan" (C. 1, vs. 3 en vlg.), waartusschen de „bleeke maan" door komt kijken om een of ander graf te belichten. Slechts hij is gelukkig te achten, die los van al het aardsche, op God vertrouwt en van Hem alles verwacht (C. 2.).

Zijn vruchtbare pen schonk ons bovendien nog een groote hoeveelheid lyrische poëzie,

Oden en Gedichten,

die door hun gebrek aan kracht en hartstocht, en hun saaie betoogtrant beneden zijn andere werken staan. Stellig althans beneden zijn

Drama's,

die zeker tusschen de tooneeldichten van zijn tijd een goede plaats innemen, al bezitten ze weinig handeling.

Sluiten