Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zie daar de gaaf der Poëzy!

Wie roemt zich dat zy in liem leve?

die oefene zyn heerschappy, dat Dwaas- en Boosheid voor hem bevo!

Hem juicht de brave te gomoet!

Gods wenk verzekert hem viktorie!

Gods Almacht schiep hem tot haar glorie! Het leed der wereld is hem zoet!

Versmade hy den lauwerkrans, hom door een aardsche hand gevlochten!

Geen andre zege geev' hem glans, dan die op d'Afgrond is bevochten!

Geen menschenblaam mag hy ontzien! Hy moet hun ongenade dragen!

Niet streelen moet hy, niet behagen, maar overwinnen, maar gebien!

Hy dwing met reuzen overmacht den geest der eeuw terug te treden!

Hy leere ons zinnelyk geslacht den weg tot hooger zaligheden!

Aan 't hoofd der menschheid streye hy om alle zelfheid te verdelgen, en Englenwellust in te zwelgen, van wereldsche verleiding vry!

Zie daar de gaaf der Poëzy!

Het ideaal van dichtvermogen,

verwant aan heiige profecy, als zy, gezante van den hoogen!

Wat is, by dit, het maatgeluid van ongewyde cittertonen; die de aarde toejuicht, waar we op wonen, geen ziel, die uit den hemel spruit?

Wat, dan het nederige riet by den itandvasten vorst der boomon?

Wat, dan een namelooze vliet by Donau-, Rhyn- of Wolgastroomen?

Wat, dan by zomermiddaggloed, het wufte hupp'len der kapellen by 't aarde- en luchtverbazend snellen des Aadlaars, die de zon ontmoet ?

Sluiten