Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A. Uit: DE HOLLANDSCHE NATIE.

Fragment van den Derden Zang.

Wel hem, die 't Vaderland meer dan zich zelf bemint,

In 't sneuvlen voor haar eer, een zuiv'ren wellust vindt,

Die niet met woest getier, onvruchtbre taal of loosheid,

Dien achtbren naam misbruikt, tot dekking van zyn boosheid;

Maar die door daden toont, terwyl de noodstorm brult,

Dat hy zyn pligten kent, dat hy zyn' pligt vervult!

Gelyk een diamant haar stralen schiet in 't duister,

Schynt ook altoos zyn roem met onverdoofbren luister.

Uw naam, ö Claasens, wordt by 't laatste nageslacht;

Met heilgen eerbied en bewondering herdacht!

Trotsch zyn wy op den glans , die van u af komt dalen!

Zoo schenkt het goud meer gloed, verlicht door Phebus stralen.

't Was Neerland niet genoeg dat aan het Spaansche strand,

Philippus vloten zyn veroverd en verbrand,

Aan 's aardryks ander eind ontving hy dieper wonden:

Naar 't westerdeel der aard werd Claasens afgezonden!

Zyn zinspreuk is: „voor God, verwinnen of vergaan."

Zyn naam heeft reeds den schrik verspreid langs d'Oceaan.

Wie durft dien dappren Zeeuw bestryden! wie zal 't wagen ?

't Is de overmagt alleen die schriklyk op komt dagen.

Acht schepen, zwaar van bouw omsinglen thans den held;

Hy staat alleen; maar vast: gelyk een rots 't geweld

Der eeuwen, 't woest gebrul des donders fier blyft trotsen,

Schoon stormen aan zyn voet in wilde golven klotsen,

Schoon schip by schip, met kracht geslingerd op zyn borst,

Verbryzeld henen stuift, staat hy, met kracht omschorst,

Belacht het woeden van de orkanen en van de eeuwen,

Zoo staat ook Claasens nu; de dolle Spanjaards schreeuwen,

En tieren, daar men hem in eenen kring besluit;

(Zoo brult het ongediert' der woesteny naar buit,)

Men tracht, schoon vruchtloos, hem tot d'overgaaf te nopen:

Neen; duur wil hy de zege aan 's lands tyran verkoopen.

Tot d' ongelyken stryd maakt hy zich straks gereed;

Hy denkt aan God, aan Spanje, aan Neerland, en zyn' eed.

Nu barst de dood eenslags uit duizend kopren monden;

Zyn masten, zeil en roer zyn ras in zee verslonden;

Het reddelooze schip geeft vreeslyk krak by krak:

Twee dagen strydt hy nog op 't halfgesloopte wrak.

Nu roept hy 't volk by een: en zegt met fonklende oogen;

„Gy die nooit hebt gebukt voor Spanjes dwangvermogen,

Sluiten