Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Die hem de zege hebt in stryd by stryd ontroofd, „Spitsbroeders! zult gy nu met nederhangend hoofd,

„Beschimpt, gesmaad, geboeid, u schandlyk overgeven? „Uw beulen danken voor een afgebedeld leven;

„Of kiest ge nevens my, den dood voor 't Vaderland?

„Beslist: dan steekt dees lont terstond het kruid in brand!' „Dan zal dit brandend wrak aan 's vyands vloot zich hechten, „En stervend zult gy dus uw beulen nog bevegten."

Hy zwygt; — hy grypt de lont; 't volk roept vol geestdrift uit: „Ja sterven wy met roem; steek, steek den brand in 't kruit!" Nu wyd' zich elk ter dood: er wordt niet meer gestreden,

Maar knielend storten zy heur allerlaatste beden,

En Claasens, daar hy 't hart verheft tot zynen God,

Smeekt voor zyne gade en kroost, in heur ondraaglyk lot; Hy ziet haar wanhoop, ziet haar tranen, hoort haar klagen, Zyn' zoon de moeder naar de komst des vaders vragen! Hy stoot dit denkbeeld weg; bid vurig, ryst en zucht! En werpt de lont in 't kruid; en 't schip barst in de lucht. Rust, ongelukkigen, rust zacht in 't hart der baren! Vol weemoed blyven we op uw heldengrootheid staren,

Schoon gy uw Vaderland, uw erf niet weer mogt zien,

Geen teedre maagdenhand den lauwer u zal biên,

De zee uw lyken dekt, een spel der wilde golven,

Uw namen sterven niet; uw roem blyft onbedolven:

Ja, vlamt, en schittert hel, en weerkaatst in 't verschiet, De vlam van 't schip gelyk, waar op gy 't leven liet.

Wy blyven op uw moed met dankbre aanbidding staren!

Rust, ongelukkigen, rust zacht in 't hart der baren!

Zweef zangster, zweef my voor, zing Neêrlands watermagt: En gy, myn Landgenoot! erken uw voorgeslacht.

Wat Godlyk heldenvolk! — neen, 't vrye Griekenland,

Zag nooit een eedier drom verzameld aan zyn strand.

Hier nadert Evertsen! — verheft U, Landgonooten,

Voelt de adeldom des stams waar uit gy zyt gesproten. —

Hier nadert Evertsen! in 's Lands vergaderzaal,

Alom omhangen met den Britten wapenpraal;

Spreekt hy: „ö Laat my de eer, de onschatbare eer verwerven,

„Om voor de vryheid van myn Vaderland te sterven:

„Vier myner broederen en myn vader met myn' zoon,

„Zyn strydend voor 's lands regt gesneuveld, ook dat loon

„Zy aan myn dienst vergund na veertig jaren stryden!

„'k Wil 't overschot myns bloeds aan 't heil van Neerland wyden."

Sluiten