Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hy gaat: — beklimt de vloot! knot Englands dwingland}-, — En als zyn broedren. zoon, en vader sneuvelt hy. — ö Wie by dit verhaal zyn borst niet voelt ontgloeijen ,

Niet naar zyn tombe snelt! daar niet een traan laat vloeijen, Daar niet met blooten kruin het koude marmer kust,

Waar onder 't overschot dier martelaren rust ;

Daar God niet knielend dankt met zaambeklemde handen, Verdient des mynslaafs lot, in 's aardryks ingewanden!

B. Uit: DE LOF VAN HOLLAND. Dithyrambe.

Van hier, van hier die onverlaat,

Wiens hart niet voor het heil van 't schoone Holland slaat! Wiens borst zich niet verheft als hij dien naam hoort slaken! Dien goddelyken naam, die nooit verdwynen zal,

Maar by do slooping van 't heelal Nog door de wrakken der verbryzling heen zal kraken.

Dat hy verga, verzinke in 't niet,

Wiens blik niet fonklend opwaarts schiet, By 't denkbeeld, my is 't licht op Hollands grond beschoren! 'k Deel in den roem, dien 't voorgeslacht Ons heeft ten erfdeel aangebragt.

Wat ook verdwynen moog', die roem blyft onverloren,

Blyft heilig aan het hart, op Hollands grond geboren, By de echte teelt van de eelste dragt.

Verwerpt uitheemsche lauwerblaren,

Verheft u, Neêrlandsche adelaren!

Laat andre, lager dichtitof varen,

Galmt Hollands lof het aardryk dóór!

De Barden gingen reeds voor Wodens ruwe altaren In d'ouderlyken lof u vóór!

Schiet over Hercules pilaren,

Verkondt dien lof aan zuid- en noorderbaren;

Laat Seines, Tybers kunstenaren Zich blind op uwen luister staren!

Stygt! volgt den God des dags op 'tgloeijend zonnespoor, Heft aan! bezielt de gouden snaren!

Heft aan! het raenschdom leent het oor.

Sluiten