Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aandoenlijks is en plechtigs voor iederen sterveling; maar bovenal omdat dit het sterfbed was van eene, die zo allen liefhadden, het sterfbed van vrouw Reiniersz! Zonder van die zwakke wezens te zijn, die bij iederen aanval van lijden of ramp ineen storten, als een gebouw, waarvan men do muren verbrijzelt, had toeli de smartelijke teleurstelling, door Aernoud haar bereid, maar inzonderheid zijn halsstarrig wegblijven uit hare woning, de arme moeder hevig geschokt Het had haar vast gestel ruw aangetast en met éénen ruk geknakt, zooals altijd eene frissche bloem door eenen enkelen ruk lichter van den sappigen stee breekt, dan eene dorre welker vezelen taai zijn. Zij had dat lichaamslijden verbloemd, om haar Aafke niet misschien nutteloos te ontrusten, of eene zware weeklacht te doen opgaan over haren zoon; maar do natuur had zich ondermijnend gewroken over die pogingen tot overmanning, en toen eindelijk eene werkelijke krankte haar aangreep, was zij plotseling uitgeput en zonder krachten tegen aanvallen, die eene minder sterke misschien had wederstaan. Het was zulk eene groote orieve voor die vrouw, die altijd ordelijke rust en eendracht had weten te bewaren in haar huis, die botsing, die zoo plotseling was ontstaan tusschen haar en dien oudsten zoon, dien zij zoo hoog stelde, tussclien hare tweelingen, op wier innige gehechtheid zij altijd met zoovee moederlijk welgevallen had nedergezien; het gaf haar zulk een aandoening'van namolooze bitterheid, te weten, dat hare kinderen elkander voortaan niet meer in liefde verdragen zouden, en dat Aernoud immer verre zoude blijven van den dorpel, dien hij ten beschermer had moeten zijn, of dat hij dien overschrijden zoude met woorden, harder en bitser dan er ooit onder haar vreedzaam dak hadden weerklonken.

Meermalen had zij er aan gedacht, om zelve het eerst haren zoon terug te roepen in hare woning, om van hem vrede te eischen en verzoening ; maar ze kende hem immers, en er was veel gebeurd, wat hem althans niet ter verzoening zoude neigen. Zij had dus uitgesteld, zoolang zij durfde; nu echter... sinds twee dagen, dat zij in zich hoorde als eene inwendige stem, die van een naderend einde sprak, wilde zij beproeven, wat het woord eener moeder vermocht: neen! dat was geene valsche hoop, meende zij, eene bede, die uitgesproken werd met stervende lippen, moest een heilig bevel zijn, en zóó hard kon eene jongelingsziel niet wezen, of zij moest zacht gestemd worden bij het naderen tot do

sterfsponde eener moeder.

Het waren nu twee dagen, sedert een bode was afgereisd naar Dordtrecht; de zoon kwam niet. De zieko kromp pijnlijk ineen, zoo vaak iets haar hem herinnerde; of liever, geen oogenblik had ze van helder bewustzijn, of zij sprak zijnen naam uit, op eenen toon, die de anderen van smart deed huiveren. Men was nu aan den avond van den tweeden dag, en men had de hoop opgegeven. liet dichtst nevens de legerstede merkte men cenon man op, dien do lange, zwarte tabbaard,

Sluiten