Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Vier dochtren en drie zonen!

Het wil wat zeggen, wijf!

De jongste nog geen twee jaar oud,

en de oudste driemaal vijf.

Dan is om dezen, dan om dien

het moederhart in nood;

Veel werk bij dag, veel zorg bij nacht —

maar eenmaal zijn zij groot!

„Niets zijt gij voor uw vrienden,

maar alles voor 't gezin.

De huiszorg, ieder weet wel,

neemt al uw uren in.

't Penseel ligt lang vergeten,

Geen boeken leest gij meer....

Maar, als de kindren groot zijn,

dan komt dat alles weêr.

Ons huwlijksreisje, liefste!

was kort en gauw gestuit;

Wij reisden naar de pastorie

van Heemsteê: daarmee uit!

Nog nooit zijn wij te zamen

eens ver van huis gegaan;

Maar, als de kindren groot zijn,

dan vangt ohs reizen aan.

„Ik kon maar half genieten,

als 'k in den vreemde toog;

Mijn hart was thuis, het was bij u,

en mijn gedachte vloog!

Met haast verslond ik elk genot

en keerde, in 's hemels naam

Maar, als de kindren groot zijn,

genieten wij te zaam.

„Dan wijze ik u de plekjes,

die ik bekoorlijkst vond;

Aan Rhijn en Moezel, Clyde en Theems

leide ik u dankbaar rond;

Winander-meer en Edinburg

zijn, wat ik heerlijkst zag;

Daarheen zal ik u voeren

vóór onzen ouden dag!

Sluiten