Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B. Uit: AL DE KINDERLIEDEREN.

Onpartijdig.

Braaf it braaf en slecht is slecht, Of het vrind of vijand doet; Daarom, jongens! hoü-je goed, Dat ge trouw uw jr.eening zegt , Dat ge spreken durft in 't regt: „Dat is braaf en dat is slecht."

Heb je een' goeijen kameraad,

Daar ge magtig veel van houdt, En hij is soms boos of stout, Zeg hem dan: „Mijn beste maat! „Dat is slecht," — of, „dat is kwaad!" 'k Wed, dat hij het verder laat.

Vond je er één, een raren kwant, Maar ge zaagt er nu en dan, Eens wat braafs of nobels van, Geef hem dan uw regterhand En vertel aan allen kant:

„Hij is toch een ferme klant!"

Maar bedenk u eigen goed,

Eer ge tot een' ander' spreekt, Of je zelv' ook wat ontbreekt, Dat ge nog verhelpen moet. — Zeg dan eerlijk, wat ge ook doet: „Dat was kwaad, en dat was goed.''

Tot de merkwaardige dichters van dit tijdvak behoort ongetwijfeld ook de katholieke Da Costa

Dr. Herman Johan Alojjsius Marie Schaepman (1844—1903)

bekend als geleerde, redenaar, dichter, maar wellicht nog meer als staatsman, die, het werk van Alberdingk Thijm voortzettend, de katholieken tot een machtige staatspartij wist te organiseeren. Trouw zoon der moederkerk, vurig bewonderaar van den paus, in hooge mate welsprekend, hartstochtelijk maar volhardend, begiftigd met een helder verstand, wist hij als professor van het seminarie te Rijsenburg, als redacteur van een katholiek tijdschrift, als redenaar en als lid der Tweede Kamer een grooten invloed te oefenen op zijn geloofsgenooten. Ook als dichter van politieke tijdzangen en het bekende Aya Soiia, waarin hij de hoofdkerk van Byzantium bezong, oogstte hij veler bewondering in, al mag nu het oordeel minder gunstig geworden zijn.

Als ijverig bewonderaar van Yondel, Bilderdijk en da Costa zocht hij zijn kracht in het navolgen van hun breeden zwier, zonder het echter veelal verder te brengen dan kunstige oratorische

Sluiten