Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wendingen, waarmee hij ook als redenaar zooveel succes behaalde. Wellicht is echter ook het sterk katholiek karakter van de meeste zijner geestes- en gemoedsuitingen oorzaak, dat zij op den duur niet in breeden kring blijvende belangstelling hebben kunnen wekken. Toch komen er wel gedeelten in voor, die ons treffen als uitingen van een innige vroomheid zonder dogma, als b.v. de slotcoupletten van het opgenomen fragment. (A).

A. Uit: AYA SOFIA.

„Gij blonde vreemdelingen, ])

Wat zoekt ge aan 't vreemde strand, Ver van der lieven kringen Ver van uw vaderland?

„Hoe zijt gij heengetogen Naar deze gouden kust,

Waar woester steeds bewogen De veete nimmer rust?

„Komt ge op de wondren staren

Der hooge Keizerssteê,

Haar koepels en altaren,

Haar lachend blauwe zee ?"

Twaalf ranke knapen hooren Onthutst die stemmen aan, Bij andre taal geboren Blijft hun de zin ontgaan.

De helblauwe oogen vragen

Met nameloozen drang,

De warme blosjens jagen Snel langs de blanke wang.

Wel zijn zij ver gekomen

Yan 't strand aan d'Oceaan, Of waar Germanjos stroomen Langs eik en wingert gaan;

Wel hebben zij gezworven, Hun hart alleen tot gids, Ach, velen zijn gestorven

Voor 't kruis aan hunne spits.

Gehavend zijn hun kleêren,

Doorwond is wel hun voet,

Maar 't heilig zielsbegeeren Geeft hoogen, schoonen moed.

Langs rotsen en door wouden

Zijn zingend zij gegaan,

Steeds hebben zij behouden Hun kruis en hunne vaan.

„Wat dreef u, bleeke knapen

Ter stad van Constantijn? — Ha, 't goud om hunne slapen Verraadt ons wie zij zijn!

»ZÜ zÜn van 't Land der Vlamen,

Van 't keizerlijk geslacht, Die met Sint Marcus kwamen Als dieven in den nacht.

„Zij zijn van 't goud gehaarde

En hardgehande ras, —

Vloek, wie die welpen baarde, Vloek, wie hun vader was!"

dichter bedoelt hiermee een 12-tal deelnemers aan den kinderkruistocht

van 1212.

Sluiten