Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV. HUMORISTEN.

Algemeene Opmerkingen.

Toeneming van beschaving en ontwikkeling van een volk open-

baart zich in de letterkunde vooral door een toenemend gebruik

van het proza als kunstvorm, dat zich meer tot lozers dan tot

hoorders richt, en zich beter leent tot een behandeling van niet

bij uitstek lyrische onderwerpen. Ook in ónze letterkunde merken

we dit verschijnsel op, en Geels verdediging van de rechten van

het proza is in dit verband evenzeer merkwaardig, als in menig ander opzicht.

Hebben we reeds gezien hoe de historische roman in 't begin van dit tijdvak al tot grooten bloei kwam, hoe naast de letterkundige critiek ook het verhalend, betoogend of bespiegelend proza in den Gids een ruime plaats verkreeg, in de tweede helft van dit tijdvak kunnen we het gebied van het proza zich nosterker zien uitbreiden; een uitbreiding, die nog voortdurend groote vorderingen maakt, dank zij de steeds toenemende belangstelling, ook van de kunstenaars, in sociaal-oeconomische onderwerpen, en den aangroeienden leeslust van het volk.

Naast de historische-romanschnjvers van dit tijdvak staan reeds velen, die zich bezighouden met het schilderen van personen, toestanden, gebruiken, gewoonten, gebeurtenissen enz. uit hun eigen tijd , dien zij bekijken met den vrooljjkeu, doch tevens critischen blik van den min of meer zelfgenoegzamen maar toch ook gevoeligen humorist; van het pessimisme, waardoor hot jongste geslacht zich zou kenmerken, bij hen dus geen spoor. Hun werken missen echter tevens de objectiviteit en de doorvoeldheid van de modernen

Om dien eigenaardigen kijk, - een gevolg van hun karakter en hun levensbeschouwing - dien zij op het leven hadden, vat men ze samen onder den naam humoristen, een type, dat nu bijna uitgestorven is, en zich bijna uitsluitend openbaart in de schrijvers van dorpsvertellingen.

Sluiten