Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dezen eenigen roman lier. Langen tijd zweeg hy nu, totdat hij in 1880 met zijn blijspel De Klesverecniging van Stellendijk een satire leverde op de kamerverkiezingen en het deftig-doen van bestuursfunctionarissen. Mag het blijspel zwak zijn van gedachte, en als satire wat verouderd zijn, er komen toch passages in voor (de goed-ronde, naieve Haspelstok contra de juristen Schor en Valburg) die nog steeds de lachspieren gaande maken en niet licht worden vergeten.

Evenals Lindo wijdde hij zich aan 't onderwijs (Milit. Academie), en vervulde hij later, ook als Lindo, de betrekking van schoolopziener.

A. Uit: AFDRUKKEN VAN INDRUKKEN.

Iets uit den tijd toen ik noy een lief vers maakte.

{Fragment).

Niet door oen vers te schrijven, maakt gij u de heele stad tot vriend; maar door zoo'n „lief vers" te maken, als dat, wat we zoo op 't oogenblik hebben zien verbranden. Gij waart heelemaal op den verkeerden weg; — gelukkig, dat ik bij tijds hier gekomen ben. Gij moet wel een vers maken, en morgen voorlezen ook; maar van zoo'n gehalte, dat ze nooit weer om een ander zullen vragen!

A la bonne heure!" zei ik, „dat is een goeie raad; gij hebt gelijk: 't is het eenige middel; maar nu de vereisehten van zoo'n stuk? Mij dunkt, vooreerst moeten ze het niet begrijpen."

„Dat staat op den voorgrond. Maar, daar zjjt gij nog lang niet mee geholpen, want negen en negentig hondersten van die dingen begrijpen ze niet, en ze zingen en rijmen toch altijd maar trouw weer van voren af aan. Neen, 't moet wel onbegrijpelijk zijn; maar zoo barbaarsch, gezwollen, baroque, hoogdravend, bombastisch, dat ze zich verbeelden, dat het heel mooi is, maar dat ze nergens een touw aan kunnen vastmaken, en allen tot het resultaat komen: „Ja, die mijnheer maakt mogelijk wel een heel lief vers, maar — ik moet bekennen — 't gaat me te diep — 't is zóó ijselijk geleerd!" — En dat helpt allemaal nog niets wanneer gij 't niet ten minste een half uur lang maakt, en ze zoodoende schromelijk op de rest van het dessert laat wachten Ziedaar, dat is het eenige middel om u weer vrij te maken — ik heb gezegd!"

Ik had hem stilzwjjgend zitten aanhooren, on vond zijne redeneering zoo logisch, en zoo menschkundig, dat ik mij mijne eigene domheid zat te verwijten, van niet zelf op dat eenvoudige denkbeeld gekomen te zijn.

Sluiten