Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hy had vele landen bezocht, en omgang gehad met lieden van allerlei ras en stand, zeden, vooroordeelen, godsdienst en gelaatskleur.

Wat dus de levensomstandigheden aangaat, kon hy veel ondervonden behben. En dat hy werkelyk voel ondervonden had, dat hy 't leven niet was doorgegaan zonder de indrukken optevangen die 't hem zoo ruimschoots aanbood, daarvoor moge ons de vlugheid van zyn geest borg wezen, en de ontvankelykheid van zyn gemoed.

Dit nu wekte verwondering van allen die wisten of gissen konden hoeveel hy had bygewoond en geleden, dat hiervan zoo weinig op zyn gelaat te lezen was. Wel sprak er uit zyn trekken iets als vermoeienis, doch dit deed eer denken aan vroegrype jeugd dan aan naderenden ouderdom. En naderende ouderdom had het toch moeten zyn, want in Indii:n is de man van vyfendertig jaar niet jong meer.

Ook zyn aandoeningen, zeide ik, waren jong gebleven. Hy kon spelen met een kind, en als een kind, en meermalen klaagde hy dat „kleine Max" nog te jong was om vliegers optelaten, omdat hy „de groote Max" daarvan zooveel hield. Met jongens sprong hy „haasjenover" en hy teekende heel gaarne een patroon voor 't borduurwerk van de meisjes. Zelfs nam hy dezen meermalen de naald uit de hand, en vermaakte zich met dat werk, ofschoon hy dikwyls zei dat ze wel wat beters konden doen dan dat „machinale steken tellen." By jongelieden van achttien jaren was hy een jong student, die gaarne zyn Patriam canimus meezong, of Gaudeamus igitur . . .ja, ik ben niet geheel zeker, dat hy niet nog zeer kort geleden, toen hy met verlof te Amsterdam was, een uithangbord heeft afgebroken, dat hem niet behaagde omdat er een neger op geschilderd was, geboeid aan de voeten van een Europeaan met een lange pyp in den mond, en waaronder natuurlijk te lezen stond: de rookende jonge koopman.

13. Uit: IDEÈN van Multatult.

40 In elke levende taal is een gedeelte dood. „Die vrouw heeft een vlek op haar neus." Haar neus leeft.

„Waar moet ik die tafel zetten? Zet haar in den hoek." Haar is dood '). Zoo is er veel dat ik woü uitknippen als dorre takken, 't Geeft ruimte, licht, leven, aan de groene.

') Wy hebben nu eenmaal in H hollandsch geen vrouwelijk geslacht voor levenlooze zaken. Waartoe dan dit altijd voorgtwtnd in ons schryven? 't ls onwaarheid, als 'n auteur iemand, van de zon sprekende, laat leggen: Zy gaat op. (1872).

Sluiten