Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

F. Uit: ERNEST STAAS. ADVOCAAT. door Tont (Anton Bergmann).

Drie schetsen uit het jongelingsleven.

Het geval van mijnheer van Bottel.

{Fragment).

De dood van den armen Wilhelm besliste over Tantes lot. De jeugdige jaren verliepen, de jongere zusters trouwden: haar hart bleef gehecht aan zijne gedachtenis en voor immer.

Bij het overlijden van Grootvader was zij op het Pannenhuis gebleven met Mie de oude keukenmeid, en Man den trouwen Poedelhond. Men leefde er eenzaam, afgezonderd. Buiten Mistress Hovill en haar dochtertje, die op geheel vertrouwelijken voet ontvangen werden, kwam schier niemand aan huis.

^ an de wereldsche betrekkingen had Tante als't ware geheel afgezien, een enkel persoon uitgezonderd.

Yoor hem hield zij alle donderdagen, hetgeen zij een receptie noemde, en dat groote toebereidsels vorderde.

Yan vóór den middag loopt de goede vrouw kamer in, kamer uit. Haar stofdoek vliegt poetsend en schoonmakend over spiegels en tafels. Hare bevelen klinken het huis rond, en Mie weet niet waar haar het hoofd staat. De zwarte koffiepot met zilveren beslag, eerbiedwaardig familiestuk, van geslacht tot geslacht overgeleverd, komt uit de glazen kast; do Japansche tasjes worden op het verlakte schenkbord geplaatst, de tafel met het kostelijke damasten laken gedekt, terwijl een vroolijk beukenvuur knetterend en sprankelend opvlamt in de zaal.

Dit woord alleen zegt al de uitgestrektheid der eer, welke aan den bezoeker bewezen wordt.

De zaal! zoo heet bij ons de groote voorkamer, die met twee hooge vensters op den tuin geeft, waar een Doornijksch tapijt op den grond ligt; eene pendule, met een verguld herderinnetje en zilveren schaapjes, op de schouw staat, en acht stoelen met kussens rondom eene blinkende mahoniehouten tafel de wacht houden: heiligdom van pracht en weelde, waar wij met eerbied hooren van spreken, doch dat voor ons kinderen zoowel als voor de zonnestralen zorgvuldig gesloten blijft.

Donderdags gaan al die wonderen open.

Op klokslag drie klinkt de huisbel.

Onz' Mie, die voor de gelegenheid eene muts met linten op, en eenen versch ontplooiden witten voorschoot aanheeft, opent dadelijk de deur, gaat den bezoeker vooraf, stelt zich ter zijde en verkondigt met deftige stem: „Mijnheer Van Bottel." En Mijnheer van Bottel treedt

Sluiten