Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dichteres, en wel een dichteres, die uitgaat van haar innerlijke leven, dat zij in de dingen der buitenwereld projecteert. Haar poëzie, meerendeels echte stemmingspoëzie, is uitgegeven onder den titel Verzen.

A. Uit: VERZEN i).

Lentedag.

Er jubelt een groote Lentedag

Over de bezige stad.

Ze lacht haar kleurigsten dakenlach Omhoog uit haar zonnebad.

De grachten liggen in gladden glans,

Der boomen rijende wacht Draagt nu een helderen, groenen dans; Een luchtige knopjes-vracht.

Hard prikken de torens in 't strakke blauw.

De standbeelden staan alleen Op lichte pleinen, en lachen flauw Wat bóven de menschjes heen,

Die mieren in 't volle stratennet

Hun leventjes langs elkaar .... Die voelen wéinig van Lentepret .... En werken, en zwoegen maar ....

't Spreekt vanzelf, dat we hierboven nog maar zeer weinigen hebben genoemd van de zeer velen, die na 1880 in NoordNederland dichtbundels hebben doen verschijnen. Ongelooflijk groot is het aantal onzer moderne dichters; ongekend de bloei, die onze dichtkunst in de laatste vijf en twintig jaar heeft bereikt. Toch zal de tijd waarschijnlijk heel wat kaf uit het koren hebben weg te blazen. Wij bepaalden ons daarom hier tot het noemen van de voormannen der nieuwe beweging, en het aanwijzen van een drietal dichteressen, die hoewel zelf — door kroniek of

1) Uitgeg. bij C. A. J. v. Dishoeck, Bussum.

Sluiten