Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een geheel andere figuur dan KIoos, die in zijn critieken objectief wil zijn, al geluk hem dit niet altijd, die bovendien, hoe moeieljjk het hem soms valt, zich zooveel mogelijk beperkt tot het boek, dat hij aan de critiek onderwerpt, is

Lodewyk van Dcysscl (K". J. I-. AlberdiDgk Tbym) (gel>. 1865).

de hartstochtelijke beminnaar van het proza (A 2.), de vurige bewonderaar van Zola en het naturalisme , de koel redeneerende, soms scheldende, soms in bruisende lyrische ontboezemingen uitbarstende, altijd zeer zelf-bewuste en van uit de hoogte rechtdoende criticus, die vooral in zijn eerste periode zooveel heerlijk schoone bladzjjden heeft geschreven.

Bepaalde Kloos zich meestal tot het boek, dat hij critiseerde van Deyssel beschouwt in zijn eersten tijd de bespreking van een boek dikwijls als een welkome aanleiding om zijn ineening te zeggen over kunst, om te schelden op saaiheid, verveling, fatsoen, kleurloosheid, 0111 luid te jubelen van vreugde over gevonden schoonheid, het uit te snikken van ontroering, of op geestdriftigen, meesleependen toon te spreken over Holland's toekomstige letterkundige grootheid. Uit inhoud en stijl beide spreekt een zeer sterke, vurig liefhebbende of felhatende persoonlijkheid met hartstochtelijke vereering voor de kunst en haar dienaren, die den menschehjkcn geest het hoogst-denkbare genot verschaffen.

Als een der bekwaamste woordvoerders van de jongeren is het aan hem vooral te danken, dat nieuwe en betere begrippen over kunst zijn aangebracht, en dat onze critiek zich heeft weten los te maken van de vroeger allesbeheerschende vraag of een boek wel zedelijk en fatsoenlijk was.

De eenige eisch die gesteld mag worden is volgens hein, dat de kunstenaar een stuk werkelijkheid zooals hij dat ziet, zóó juist weet weer te geven, dat hij den lezer aangrijpt en ontroert en tot meevoelen dwingt.

Zijn opstellen, eerst in den Nieuwen Gids opgenomen, later in

Sluiten