Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik houd van proza, dat dartelt en jubelt als een waayend zomerwoud vol vogels.

Ik houd van hot proza, dat ik daar zie staan met zjjn volzinnen, als een stad van marmer.

Ik houd van het proza, dat over mij daalt als een gouden sneeuw van woorden.

Ik houd van volzinnen, die loopen als scharen mannen met breede ruggen, zich rijend schouder aan schoudor, steeds elkaar in breeder rijen opvolgend, berg op berg af, met het gestamp hunner stappen en den zwaren voortgang van hun schrijden. Ik houd van volzinnen, die klinken als stemmen onder den grond, maar opkomen, stijgen, stijgen, luider en meer, en voorbjjgaan en stijgen en zingend doorklinken hoog in de lucht.

Ik houd van woorden, die plotseling aankomen als van heel ver, goud te voren schietend uit een bres in den blauwen horizont, of als donkere steenklompen hoog in de lucht kantelend , diep uit een worstelenden en brandenden afgrond.

Ik houd van woorden, die op mij neerbonken als vallende balken, van woorden, die mij voorbijfeissen als kogels.

Ik houd van woorden die ik ineens zie staan, als klaprozen of als blauwe korenbloemen.

Ik houd van woorden, die mij uit den loop van den stijl plotseling toegeuren als wierook uit een kerkdeur of als reukwater van een vrouwenzakdoek op straat.

Ik houd van woorden, die eensklaps onder den dreun van den stijl door, als een neuriënde kinderstem zachtjes opklinken.

Ik houd van woorden, die heel even ritselen, als gesmoorde snikjes.

Ik houd van het proza, dat zijn vreugde en zijn verrukking boven mij uitsterrelt, dat gloeyende zonnen van liefde ontsteekt, dat mij voert over het ijle ijs zijner minachting, door de ruigo, zwarte nachten van zijn haat, dat mij den groenen, koperen klank van zijn spot en lachen tegenschettert.

Indien gij mij behagen wilt, span dan een regenboog van taal boven mijn hoofd, waarin ik roode gramschap zie toornen, blauwe blijdschap jubelen, en lachen gele spotternij

Neem mij op en voer mij heen waar gij wilt; ik vraag niets liever dan machteloos te zijn tegen de macht van u woord.

Sla mij met uw woord, martel mij met uw woord, en dat uw woord dan weder als een kussenregen op mij neervalle.

Daar heb ik behoefte aan, om dat de literatuur, de taal, het Woord mijn liefde is voor altijd.

O, geef mij proza om te bewonderen, geef mij taal om lief te hebben!

Sluiten