Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Oorlog, hebben de couranten deswege vermoedens geuit, waaraan ik — ik moet het erkennen — niet veel heb gehecht. Niet dat het mij geene aanleiding zou hebben gegeven, om later, wanneer daartoe gelegenheid mocht zijn, daarover met dien Minister eens te spreken en een rond antwoord, gelijk ik verwachtte, uit te lokken. Maar voor het oogenblik, gelijk ik wellicht vóór de voordracht zou hebben gedaan, daaruit een bedenking tegen mijn nieuwen ambtgenoot te ontleenen, dit is mij niet in de gedachte gekomen en ik zal zeggen, waarom niet. Hoe gaat het met programma's van dergelijke vereenigingen? Er wordt eene lijst rondgezonden aan degenen, van wie men onderstelt, dat zij wellicht genegen zijn, hunnen naam op die lijst te zetten. Men ontvangt zoodanige lijst, men ziet den titel: Nederland en Oranje, men heeft geen tijd om te lezen wat er bijgevoegd is; men ontvangt die lijst van eene bevriende hand en men zet er zijnen naam op. Men heeft gemeend zich slechts te verbinden om wanneer er verkozen moest worden, met sommigen eene voorloopige kiezersvergadering te houden; doch daaruit nu te willen afleiden, dat men op alle wijze het programma heeft nagegaan, dat men alle gevolgtrekkingen heeft berekend, die uit de woorden van zoodanig programma zouden kunnen worden afgeleid, dit, geloof ik, gaat te ver, en is meer dan in den regel van iemand mag worden gevergd.

Zoo dit in het algemeen waar is, het is hier van bijzondere toepassing. De programma's toch van hen die de vereeniging Nederland en Oranje hebben opgericht, zijn van zeer bijzondere natuur. De uitdrukkingen zijn zeer wijd uit te rekken, en zeer nauw samen te trekken. Zeer wijd uit te rekken, wanneer het er op aankomt te vatten, die zich willen laten vatten; zeer nauw samen te trekken, wanneer het er op aankomt den binnensten kring, de intimiteit bijeen te houden en ieder, die tot die intimiteit behoort, gerust te stellen. Bij zoodanig programma nu, het gewone programma van een verdrukt kerkgenootschap, uit de onderteekening een gevolg te trekken ten aanzien der staatkundige geloofsbelijdenis van hen die hun naam op de lijst plaatsten, dit schijnt mij overdreven. En het is mij voorgekomen dat ook nu weder van de zijde van hen, welke tot die partij behooren, te veel gewicht wordt gehecht aan dergelijke onderteekeningen. Alsof al degenen die hun naam hebben gezet in allen deele zouden kunnen worden gerekend in de zienswijze van die vereeniging te deelen! Velen hebben wellicht geteekend, alleen om genoegen te doen of oni te verschijnen in eene voorloopige kiezersvergadering, zonder meer. Dat men inderdaad te veel aan dergelijke teekening hecht, is mij gisteren weder gebleken bij de rede van het geachte lid uit de residentie. Die geachte afgevaardigde, die zich, naar het mij voorkomt, niet zeldzaam illusiën maakt over de sympathie die hij ontmoet, dan eens in deze Kamer, dan eens daar buiten, en die telkens in den mond heeft

Sluiten