Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan, zoo noodig, opnieuw, Gedeputeerde en Provinciale Staten hooren. Daarna zal men, ten laatste, mogen gelooven dat de elementen van enquête zijn bijeengebracht en dat de zaak in staat van wijzen is.

Bij die wijze van handelen was het onvermijdelijk, dat men, in de eene provincie, grootere kiesdistrikten dan in de andere verkreeg, zonder te eenen male te vervallen tot het aannemen van zoo kleine distrikten, als zou zijn geschied wanneer het goedvinden was gevolgd, dat in sommige provinciën daaromtrent bestaat. Voegt nu daarbij dat het voor het Gouvernement moeilijk, zoo niet onmogelijk is te oordeelen ten aanzien van zoo menig oord, of er een groot kiesdistrikt aan te wijzen valt, dan wel of het in kleine kiesdistrikten behoort te worden verdeeld. Ik meen dat hiermede de handelwijze van het Gouvernement en de ongelijkheid, die men in het ontwerp van wet waarneemt, genoegzaam is verdedigd, zoo niet volkomen gerechtvaardigd.

De bijvoeging, zegt de geachte spreker in de derde plaats, bij art. 2 is niet voldoende; daar moest een tweede regel zijn bijgevoegd. Indien, meent hij, eene plaats zoo afgezonderd ligt van het lichaam van een kiesdistrikt, dat de gemeenschap moeilijk wordt, dan moet ook zoodanige plaats tot een onderkiesdistrikt worden verheven. Mij dunkt, in dat gebrek van het ontwerp van wet, zoo het een gebrek is, kan de geachte spreker te gemoet komen, door eenvoudig een amendement op art. 2 voor te stellen, en, zoo hij het voorstelt, zal ik mijne bedenkingen daartegen in het midden brengen.

De spreker uit Arnhem vindt bezwaar tegen de verdeeling van Gelderland, zijn hoofdbezwaar betreft dus de bij art. 1 gevoegde tabel, en ook die tabel is voor amendement toegankelijk.

Het hoofdverschil, zoo de geachte spreker zich voegt bij hetgeen zoo even aan de Vergadering kenbaar is gemaakt als de meening van de Gedeputeerde Staten van Gelderland, loopt eenvoudig over het stelsel \an groote of van kleine kiesdistrikten. De Gedeputeerde Staten van Gelderland zijn, van den beginne af, voor eene verdeeling in kleine kiesdistrikten geweest, en Mijne Heeren, ik ben geschrikt toen ik door den geachten verslaggever hoorde voorlezen dat in de Memorie van Toelichting aan die Gedeputeerden eene meening was toegeschreven, die zij niet hadden, en die inderdaad de hunne nooit is geweest. In de Memorie van Toelichting staat: „De verdeeling gelijk zij thans in de >>bij '>et ontwerp gevoegde tabel A is vervat, strookt geheel met de ,,meening der Staten, die van Gelderland alleen uitgezonderd. Zij ,,komt echter, voor zooveel die provincie betreft, overeen niet het ,,gevoelen van Gedeputeerde Staten, waarvan slechts op twee punten ,,is afgeweken." Ik heb de stukken hier medegebracht en zoodra ik die aanmerking heb gehoord, heb die niet den brief van Gedeputeerde Staten vergeleken en gezien, dat die uitdrukking alleszins onjuist is.

Sluiten