Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Regeering heeft, geloof ik nog, den rechten weg bewandeld, zij had meer kunnen doen; zij had kunnen zeggen: gij zult de provincie verdeelen in zooveel distrikten, niet meer noch minder. Of de Regeering echter, met zoodanig beleid, recht zou hebben gehandeld ten aanzien van die verschillende deelen van de bevolking der provinciën, die door een dergelijk algemeen eenvormig systeem uiteen zouden zijn gerukt op punten, waar ze bijeen moeten blijven en samenwerken, schijnt mij twijfelachtig..

De geachte spreker brengt voorbeelden bij. Drente, zegt hij, is eens zoo groot als Utrecht. Ik spreek het niet tegen; maar de Staten van Drente hebben de verdeeling in twee distrikten goed gevonden. Mij was dit wel: zoo het geen bezwaar bij de Staten ontmoette, scheen het mij redelijk toe. De Gedeputeerde Staten van Utrecht en de Staten dier provincie hebben dit anders begrepen, en ik geloof ook in vele opzichten te recht. Men moet toch niet alleen letten op de uitgestrektheid van het grondgebied, maar ook op de bevolking, en hier ook niet over het hoofd zien de dichtheid van de bevolking der provincie Utrecht, vergeleken met de groote onbewoonde heidevlakten van Drente.

Friesland, vervolgt de geachte spreker, heeft vijf distrikten; Overijsel daarentegen, dat niet veel grooter is dan Friesland, heeft er twaalf. Friesland, Mijne Heeren, heeft van den beginne af verkozen, te blijven bij de verdeeling die er bestond. Die verdeeling heeft daar goed gewerkt; die verdeeling was daar door de ondervinding geijkt; waarom zou men nu Friesland verplicht hebben kleinere distrikten aan te nemen? Overijsel daarentegen, dat toch doorgaans niet heeft die kleine kiesdistrikten, die naar mijn inzien te klein zouden zijn, — Overijsel zou, was het naar dienzelfden maastaf te werk gegaan, den grond, waarop de verdeeling in Friesland goedkeuring vond, hebben verlaten. Uit het advies toch der Staten bleek, dat de uitspraak der ondervinding over de oude, bestaande verdeeling niet gunstig was.

Men heeft, zegt de geachte spreker in de derde plaats, het voorstel van de Staten doorgaans gevolgd, en men is er alleen ten aanzien der Staten van Gelderland van afgeweken.

Eene opmerking voorop. Den spreker schijnt de onderhandeling met andere provinciën niet kenbaar te zijn geworden. Zoowel ten aanzien van de verdeeling in het algemeen, als ten aanzien van bijzondere punten der verdeeling, is ook met de andere provinciën briefwisseling gevoerd; en in die andere provinciën is toegegeven, of het Gouvernement heeft gemeend te moeten toegeven, wijkende voor de goede gronden die men bijbracht. In Gelderland was het anders. De geachte spreker zal niet verlangen, hetgeen vooral in zijn stelsel niet is gelegen, dat de Regeering blindelings zou volgen het oordeel van de Staten, somtijds niet genoeg of geheel niet gemotiveerd. De geachte spreker vraagt waarom het eerste voorstel van de Staten van Gelder-

4*

Sluiten