Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tevredenheid hebben, zoo niet over de wet, dan ten minste over den ijver en over de handelingen der Provinciale Staten, uit die wet voortgesproten. Ik zal nu alleen zeggen, dat het getal van de verordeningen — en in die verordeningen bestaat een hoofddeel van de uitvoeringvan de provinciale wet — die sedert de eerste bijeenkomst van de nieuwe Provinciale Staten van hen zijn voortgekomen en door de Kroon na onderzoek, dikwijls na uitvoerige briefwisseling, zijn bekrachtigd, verre over de honderd bedraagt.

Hoe werkt de gemeentewet? vraagt de geachte spreker; de gemeentewet, zegt hij, werkt ongunstig: in de eerste plaats heeft zij naijver en verdeeldheid opgewekt.

Eene vreemde beschuldiging. De geachte spreker heeft zich meermalen, zoo ik meen, voorgedaan als een vriend van de vrijheid, en hij wil dat vrijheid gelaten worde en verdeeldheid onmogelijk zij. Daar waar ieder geroepen wordt naar zijn inzicht te handelen, daar zal verdeeldheid, daar zal verschil ontstaan, — eene verdeeldheid, een verschil, wellicht later in harmonie op te lossen. Verdeeldheid, waar zij bestaat, te willen aanvoeren tegen de wet die de vrijheid invoert, dit is de wet niet willen. Ik zou ook meenen, dat zoo de gemeentewet nergens verdeeldheid had doen ontstaan, de geachte spreker eene andere berisping zou hebben aangevoerd en gezegd, dat zij zonder belangstelling was ontvangen. Maar met belangstelling ontvangen en ten uitvoer gelegd, heeft de gemeentewet de hartstochten opgewekt, hartstochten, die wederom drijfveren zijn van handelingen, die verdeeldheid en verschil doen geboren worden, maar eene kracht tevens ontwikkelen die later heilzaam zal werken.

Zoo hetgeen de geachte spreker zegt van verdeeldheid, misschien zich voordoet op de plaats zijner inwoning of op eenige andere, hij gewaagt niet van al die plaatsen, waar de gemeentewet is ingevoerd en waar zij werkt, zoo- ik meen, tot groote voldoening, zonder verdeeldheid.

De geachte spreker zet in zijne opmerkingen de oppositie voort, die hij met zijne vrienden tegen de kieswet, tegen de provinciale wet en tegen de gemeentewet heeft gevoerd. Zoo meent de geachte spreker, dat de gemeentewet verkeerdelijk heeft gewerkt, daar zij het misbruik van de accijnsen wilde keeren, doch onzekerheid en stremming heeft doen ontstaan. De geachte spreker heeft aan den gemeentewetgever verweten, dat hij een onberispelijk belastingstelsel had willen invoeren. Ik geloof niet dat de gemeentewetgever zich ooit aan zoodanige aanmatiging heeft schuldig gemaakt. Maar hij heeft wel gemeend, het belastingstelsel te verbeteren.

De geachte spreker brengt een voorbeeld bij: ,,de gemeente de Rijp in Noordholland heeft de accijnsen afgeschaft en een hoofdelijken omslag ingevoerd. In zooverre heeft dus de gemeenteraad getracht het stelsel te brengen op den weg van de gemeentewet. Wat is er uit

Sluiten