Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steunen. Ik mag dit van hem niet vergen, noch in mijn belang, noch in het zijne. Dit Ministerie zou niet zijn, hetgeen het is, zoo het aanspraak had op zijne ondersteuning. Ik geloof integendeel, dat hoe meer de geachte spreker het Ministerie niet ondersteunt, hoe meer hij ons tegenspreekt en tegenwerkt, de eigen aard van het Ministerie aan den dag zal komen.

Ik spreek niet, Mijne Heeren, van den uitleg, dien de geachte spreker wenscht te geven aan art. 11 van de Grondwet, schoon het mij vreemd toeschijnt, dat hij in de Grondwet liever schijnt te willen hebben een woord, dat voor zeer verschillende uitlegging vatbaar is, dan een woord, dat maar één zin heeft. De Grondwet noemt Kroon en omschrijft de rechten der Kroon, en in zooverre heeft de Grondwet, zoo mij voorkomt, aan de vereischten voldaan, niet, zoo zij een woord had gekozen, waaraan zeer verschillende beteekenissen kunnen worden gehecht, ook beteekenissen, die niet zijn van dezen tijd, noch er wortel in kunnen vatten.

De geachte spreker zegt: een ieder weet, dat eene vergadering als deze niet in eene synode kan worden herschapen; maar dit belet hem niet te verlangen, dat die onderwerpen, welke ons daartoe zouden moeten leiden, hier worden behandeld. Ik weet zeer goed dat, zoo onder die herschepping verstaan moest worden, dat wij de hoedanigheid van kerkvaders aannamen of ons in hun gewaad hier vertoonden, niemand dit zoude verlangen; maar de vraag is, of wij de uitsluitende taak eener synode zullen overbrengen in eene vergadering van vertegenwoordigers des volks. De geachte spreker zegt, qui bene distinguit bene docet; maar, mij dunkt, hij hecht aan de vormen, en zou in het wezen willen laten geschieden, wat aan onze taak vreemd is en vreemd moet blijven.

De geachte spreker heeft mij inzonderheid gewaarschuwd tegen minachting van zijne liooge beginselen en die zijner vrienden. Hij heeft gezegd, dat ons land, dat de gelieele beschaafde wereld door die beginselen is verdeeld.

Ik geloof dat de geachte spreker zich bedriegt; ik geloof dat hij den invloed van hetgeen hij zijne beginselen noemt veel te hoog schat. Ik kan niet zien, dat, zoo er verdeeldheid is in ons land, zoo er verdeeldheid is elders, de grond van die verdeeldheid hoofdzakelijk moet worden gezocht bij die beginselen, in den strijd voor of tegen die beginselen, die hij en zijne vrienden aankleven. Doch ik vraag, wanneer het aankomt op de zaken van regeering, moet men dan niet bij de zaak, die behandeld wordt, het beginsel aantoonen, dat men wenscht te zien toegepast? Dit nu heb ik bij den geacliten spreker in den regel niet gevonden, dan zoo ver verwijderd of in de lucht, dat ik althans het verband zijner beschouwing met het onderwerp niet kon vinden.

Hij heeft drie wetten genoemd; wij hebben er meer gemaakt; doch wat heeft bij de beraadslaging over die wetten het beroep op de begin-

Sluiten