Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

selen van den geachten spreker kunnen uitwerken? Ik vraag het aan de Vergadering, of den leden, het verband, dat hij soms getracht heeft te leggen tusschen den inhoud van de wetten en zijne beginselen, duidelijk is geworden. Hij heeft wel de wet tot aanleiding genomen om over zijne beginselen te spreken, maar de werking zelve van die begin selen met betrekking tot het te regelen onderwerp aan te toonen, dit is hij steeds in gebreke gebleven te doen. Hoe wil nu de geachte spreker, zoolang hij dit niet doet, dat zijne beginselen invloed zullen hebben op de regeering'? Dat zij invloed kunnen of zullen hebben op het geweten, dit zal niemand tegenspreken; maar dat zij invloed zullen hebben op de regeering, hij moet méér doen voor zijne beginselen dan hij tot dusver gedaan heeft, hoe veel dit ook zij, om te kunnen hopen dat hij in dit opzicht zal slagen.

Ik heb mij eens veroorloofd tot den geachten spieker de vraag te richten: kunt gij regeeren? De vraag was niet gericht aan een individu, maar de zin was deze: kunt gij regeeren met uwe beginselen? Zijn uwe beginselen regeeringsbeginselen? Is uwe oppositie regeeringsoppositie? Zoo ik mij niet bedrieg, heb ik bij dezelfde gelegenheid, toen ik mij die vraag veroorloofde, een paar voorbeelden uit onze parlementaire geschiedenis aangehaald van vroeger bij ons bestaande oppositien, waar die berustten op bepaalde regeeringsbeginselen en daarom zoo heilzaam hebben gewerkt. In verband daarmede deed ik hem de vraag, die hij mij nu tegenwerpt: Kunt gij regeeren? Ik zal den geachten spreker vragen of hetgeen sedert drie jaren van het Ministerie voortkwam, niet het kenmerk draagt van regeeringsdaden — wellicht niet zoodanige als de geachte spreker zou hebben verlangd — maaide daden zijn er, misschien van eene niet gewenschte regeering, maar van eene regeering, en mij dunkt, het antwoord ten aanzien van het kunnen is door het feit zelf gegeven.

Bedoelt gij soms eene regeering in den zin van Napoleon? vraagt de geachte spreker: die wilde geene metaphysiek maar gehoorzaamheid.

Zonder eenigen twijfel, Mijne Heeren, is gehoorzaamheid een element van iedere regeering, en die geene gehoorzaamheid zou weten te verwerven zou niet verdienen te regeeren. Maar wordt volgens het tegenwoordig stelsel enkel door gehoorzaamheid geregeerd? Of moet de geachte spreker, wanneer hij onze instellingen overziet, niet erkennen dat met vrijheid geregeerd wordt?

Willem I regeerde ook, zegt de geachte spreker: is dat eene ïegeering in uwen zin? Mijne Heeren, ik geloof dat onze tijd, de nieuwe orde van zaken, niet gedoogt, dat op zoodanige wijze geregeerd worde als onder \\ illem I. Andere tijden hebben andere gewoonten en de geachte spreker zou nog veel verder kunnen terugkeeren om in andere vormen andere beginselen van regeering ons voor te houden. Maar de vraag is of, gelijk nu geregeerd wordt, geregeerd worde volgens de eisclien

i

Sluiten