Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer op dit punt wordt aangedrongen moet niet over het hoofd worden gezien dat de regeling van administratieve jurisdictie onderstelt eene gelieele, eene volledige herziening van al de takken van ons algemeen Staatsbestuur. De administratieve jurisdictie heeft op al die takken betrekking, en de organisatie van de algemeene admistratieve jurisdictie is dus de organisatie van hetgeen in al de takken van algemeen Staatsbestuur het moeilijkst is te organiseeren. In zoo ver mag men, geloof ik, te recht dergelijke organisatie niet het eerst, niet in de eerste jaren, maar het allerlaatst als corona operis verwachten.

Met betrekking tot de ministerieele verantwoordelijkheid: indien de geachte spreker wil, dat de administratieve jurisdictie van den Raad van State of van eenig ander college niets anders zij dan een advies, gegeven aan den Minister, dan zijn wij ten aanzien van de administratieve jurisductie niet verder gevorderd, dan dat wij aan den Minister een orgaan zullen hebben gegeven, hetwelk hem, naar alle verwachting, goed zal voorlichten. Zoo het advies van den Raad van State stuit op de ministerieele verantwoordelijkheid en hem geene zelfstandige jurisductie wordt toegekend, dan hebben wij wellicht een nuttig college, maar wij hebben geene administratieve jurisdictie anders dan zij wordt gepleegd.

Het initiatief der wet. De geachte spreker heeft als voorbeeld bijgebracht dat, waarmede ik mijn eerste antwoord aan hem begon, het voorbeeld dat een ontwerp van wet tot organisatie van den Raad van State moest worden gemaakt. Dat ontwerp van wet toe te vertrouwen aan den Raad van State, het is wellicht te zeer de partij rechter maken in hare eigene zaak. In andere gevallen: het komt er op aan, Mijne Heeren, hoe de sectie van den Raad van State, die den Minister te hulp zal komen en haar oordeel zal uiten over de hoofdstrekking van de wet, is samengesteld. Zoodanige sectie kan, uit den aard der zaak, niet anders dan weinig talrijk zijn. Vindt men nu in die kleine sectie mannen, die volgens liet verlangen van den Minister redigeeren, welnu, dan zal dergelijke sectie van groote hulp voor den Minister zijn. Maar neemt aan, dat de kunst van het opstellen der wet, zoo als de Minister die begrijpt, in die sectie niet wordt verstaan of niet uitgeoefend volgens het verlangen van den Minister, dan zal het werk, haar opgedragen, voor den Minister een last worden; hij zal liet moeten laten overdoen, en dan zou het beter geweest zijn dat het van den beginne af anders gedaan ware. Men ziet, hoeveel, bij alle organisatie, van de personen, die in dergelijk college worden gesteld, afhangt.

Ik heb niets te zeggen over het eerste punt. De geachte spreker heeft in dat opzicht verklaard geheel en al van mijn gevoelen te zijn, gelijk ik \tiwachtte. Het advies, dat de lïaad van State geeft over alles wat aan zijn oordeel wordt onderworpen, wordt gegeven aan de

Sluiten