Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijnheer de Voorzitter! Ik meen niet te hebben gezegd, dat, mijns inziens, de strijd tusschen de opdracht van administratieve jurisdictie aan den Raad van State en de ministerieele verantwoordelijkheid onoverkomelijk was. Ik hoop dat hetgeen tusschen die beide instellingen strijdig kan worden gevonden, zal kunnen worJan overeengebracht; maar ik kan niet aannemen dat, ten gevolge van hetgeen de geachte spreker heeft gezegd, men dit bezwaar nu reeds als niet bestaande zo» mogen beschouwen. De geachte spreker stelt eene uitspraak van den Raad van State, als administratieven rechter, op ééne lijn met de uitspraak van een ander rechterlijk college, van den strafrechter of van den burgerlijken rechter. Ik geloof, ten onrechte: de burgerlijke, de strafrechter is niet geroepen te treden op het gebied van de politiek, van het bestuur; de administratieve rechter beweegt zich daarentegen met zijne uitspraak op dat gebied zelf. Nu zal de administratieve rechter uitspraak doen — ik wil het eenvoudige geval nemen, dat de geachte spreker onderstelt — in eene belastingzaak, en die uitspraak zal gericht zijn voor of tegen die toepassing der wet. die aan den verantwoordelijken Minister voorkomt met de waarheid te strooken. In het eerste geval zal aan die definitieve uitspraak gevolg worden gegeven, maar hoe zal in het andere gehandeld worden? Zal dan de Minister, die overtuigd is dat de Raad van State dwaalt, dat de wet eene andere uitvoering eischt, omkeeren? De geachte spreker heeft het voorbeeld van Frankrijk bijgebracht. In Frankrijk zal nu de Raad van State groot kunnen zijn, waarom? Om dezelfde reden, waarom de geachte spreker, die eerst meende te zeggen: „het land, waar de ministerieele verantwoordelijkheid bestaat", onmiddellijk heeft laten volgen bestond. De ministerieele verantwoordelijkheid bestaat in Frankrijk niet meer, en te voren, toen zij er bestond, hoe was het toen? Had de beslissing van den Raad van State toen de kracht, welke de geachte spreker schijnt te verlangen; was die beslissing toen definitief? — Neen, de uitspraak geschiedde onder de Koninklijke bekrachtiging, en die eischte weder het contraseing van den Minister; in zoover was de Raad van State toegevoegd aan het ministerie als administratief recht plegende, maar altijd onder de verantwoordelijkheid der Ministers.

Bij de algemeene beraadslaging over Hoofdstuk III der Staatsbegrooting. Men sprak over gevaren, welke de toestand in Frankrijk voor onze vrijheden kon gaan opleveren. De heer Mackay waarschuwde tegen het sluiten van traktaten, waarvan het gevolg kon zijn, dat wij die vrijheden zouden moeten tegengaan.

Ik hoop de Vergadering niet te lang op te houden wanneer ik on-

Sluiten