Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrij. Maar verbod zal wellicht in de beteekenis van vermaning zijn gebezigd, doch ook zoodanige vermaning hoegenaamd is niet geschied.

Heden heeft de geachte spreker uit de hoofdstad, de heer van Hall, gemeend, dat in den laatsten tijd ons vaderland in den vreemde minder geëerd was.

Ik geloof dat het eene natie, dat het eene Regeei ing zoo min voegt als een individu roem te dragen op de eer, die zij geniet. Maar zoo de geëerde spreker van oordeel is, dat de betrekkingen waarin wij in de laatste jaren staan èn tot andere volken èn tot andere regeeringen, blijken zouden dragen van mindere achting, geene blijken zouden dragen van hoogachting, moet 'k zeggen dat hij zich bedriegt. Ik meen dat wij in allen deele tevreden en voldaan mogen zijn over de blijken, die wij van beide zijden, èn van de volken èn van de regeeringen, ontvangen.

De geachte spreker uit de residentie begon mijne woorden, die ik ten slotte van de zitting van gisteren sprak, zoo mogelijk ter zijde te stellen door de benaming van lessen, die men getracht had hem te geven. Zoo het mijn toeleg was, Mijne Heeren, zoo ik het talent bezat om lessen te geven aan iemand, ik zou vooral den geachten spreker uit de residentie onder mijne leerlingen niet wenschen te tellen, overtuigd als ik ben, dat ik hem den minst leerzamen van allen zou vinden.

Volgens den geachten spreker zou ik meer gouvernementaal zijn dan parlementair. Ik mag den geachten spreker voor den geest roepen mijne niinisterieele loopbaan gedurende drie jaren in betrekking tot deze Kamer, en ik mag ieder lid van deze Vergadering tot getuige nemen, of eenig Minister in de betrekking met het parlement meer parlementair kon zijn, dan ik getracht heb te wezen. Ik ben nooit voor eenige inlichting noch voor eenig antwoord, zoo ik meen, teruggedeinsd. Ik heb steeds getoond, hetgeen mijn innig gevoel is, hoe hoogen prijs ik hecht aan den omgang van den Minister met de Vertegenwoordiging. Dat de Minister echter niet is enkel parlementair man, dat de Minister niet enkel spreekt gelijk een lid van de Vertegenwoordiging te spreken heeft, dat de Minister is gouvernementaal, ik denk niet dat de geachte afgevaardigde er een verwijt van zal maken.

Men heeft onderscheid te maken tusschen discussie in de dagbladen en discussie in het parlement. De geachte spreker erkent het verschil, maar wenscht van mij te weten waarin het verschil bestaat. Zoo het verschil door den geachten spreker wordt erkend, is verdere discussie zoo het mij voorkomt, onnoodig.

De geachte spreker meent, dat een lid van de Kamer soms met eenige felheid moet spreken, ten einde de gematigdheid van den Minister aan den dag kome. Indien ik hetgeen ik bi.j vele gelegenheden van den geachten spreker heb gehoord zóó moet opvatten, dan verandert de zin, dien ik er tot dusverre aan heb gehecht; en ik zal bij

Sluiten