Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meenten of de provincie, of wel die allen te zamen, werd bijgedragen.

De geachte spreker is in de laatste plaats teruggekomen op het samenvatten van posten onder één artikel, en als voorbeeld heeft hij de artikelen 70 en 72 bijgebracht. Hij heeft gezegd: door dergelijke samenvatting wordt het karakter eener begrooting verloren. Volgens hetgeen de geachte spreker van de artikelen 70 en 72 gezegd heeft, zou men meenen dat die beide artikelen waren ontstaan uit bijeenvoeging; maar de geachte spreker weet zeer goed, dat die artikelen op vroegere begrootingen evenzoo voorkwamen. Dus zet de geachte spreker eenen strijd voort, die vroeger meermalen tegen hem is bes-list. Maar er zijn andere uitgaven, die, vroeger gesplitst, nu onder één artikel zijn gebracht. Ik meen, te recht. Ik geloof dat dit niet alleen gemakkelijk zal zijn voor de administratie, maar dat het ook dit voordeel heeft, dat men niet telkens en zonder reden zijne toevlucht zal moeten nemen tot de onvoorziene uitgaven. Daarom alleen is het gedaan. En dat deze nieuwe regeling voor de wetgevende macht met eenig gevaar zou gepaard gaan of haar oordeel belemmeren, kan ik niet inzien.

De geachte spreker uit de residentie heeft het terrein gekozen, waarop, volgens hem, de politiek van den Minister van Binnenlandsche Zaken zich beweegt.

Op dat terrein, gelijk het te verwachten was, ontmoet de geachte spreker inzonderheid, zoo niet alleen, het wetsontwerp tot regeling van het armbestuur. De geachte spreker heeft zich vergenoegd eene phrase uit het verslag der afdeelingen aan te halen, en te zeggen, dat hij het met die zinsnede eens was, de zinsnede namelijk; waarin aan dat ontwerp een Napoleontische geest wordt verweten. De geachte spreker wete, dat het antwoord op die zinsnede wel zal komen en spoedig zal komen.

De geachte spreker ontmoet, ten minste in het verschiet, op datzelfde terrein een wetsontwerp tot regeling van het onderwijs. De geachte spreker zegt, dat door den Minister is toegezegd eene wet van algemeene beginselen. Ik wenschte, dat de geachte spreker de eigen woorden had aangehaald die ik heb gebruikt *). Eene wet van algemeene beginselen, het is niet onmogelijk dat ik die woorden gebruikt heb, maar eene wet van algemeene beginselen in den zin van den geachten spreker en in mijnen zin, zouden nog twee verschillende zaken zijn. Zoo ik gesproken heb van eene algemeene wet, dan was de bedoeling dat die wet alle takken van het onderwijs zou omvatten. De geachte spreker heeft daarop de vraag laten volgen: is daartoe inlichting van deskundigen noodig? Die vraag vervalt, wanneer „algemeene wet" in dien zin wordt opgevat, gelijk ik zoo even zeide; maar ook in het andere geval, zoo de wet, gelijk de geachte spreker zich uitdrukt — en die

*) Vergel. Dl I, 1850-1851, blz. 10.

7*

Sluiten