Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 63. Door den Minister van Justitie was eene som aangevraagd ter voorziening in de behoefte aan politieambtenaren o.a. op Ameland en Urk. Men meende, dat deze uitgaven uit de begrooting van binnenlandsche zaken behoorden te worden bestreden.' Aangezien het artikel der begrooting van het dep. v. Justitie, waarop gemelde uitgaven voorkwamen, werd afgestemd, kwam men bij de begrooting van Binnenlandsche Zaken daarop terug.

De geachte spreker uit Delft wenscht dezen post te belasten met de som, hetzij \an f 1050, hetzij van f 2650, weggevallen ten gevolge van de afstemming van een artikel der begrooting van het Departement van Justitie. Ik zal eerst op die vraag antwoorden, want de vraag geopperd door den geachten spreker uit Noordholland is van veel beperkter natuur.

De eisch van den spreker uit Delft, een eisch in zeer bescheiden termen, in de termen van eene vraag, gedaan, gaat evenwel veel verder dan de vraag mij gedaan ten gevolge van die afstemming door den Minister van Justitie. De geachte spreker zou wenschen overgebracht te zien f 2650 op dezen post, de Minister van Justitie niet meer dan ƒ 700, namelijk f 500 voor twee politieambtenaren' op het eiland Ameland en f 200 voor een politieambtenaar op het eiland Urk. Nu zal de geachte spreker het niet kwalijk nemen, indien ik, bij eene keus tusschen beide sommen, de voorkeur geef aan de aanvrage van mijn ambtgenoot. Maar ik geloof, dat het niet noodig is, een of ander op de begrooting te brengen. Ik geloof dit om tweeërlei reden. \ ooreerst omdat deze post kan worden verhoogd uit de onvoorziene uitgaven; in de tweede plaats en voornamelijk dewijl ik vertrouw en moet vertrouwen, dat de wetgeving zich vereenigen zal met het ontwerp van wet betreffende de tegemoetkoming aan behoeftige gemeenten, dat ik de eer heb gehad aan de Kamer voor te leggen, en dan zal deze post genoeg zijn ook zonder verhooging.

Ook de spreker uit Noordholland heeft de vraag aangedrongen ten behoeve van het eiland Urk. De behoefte van die gemeente is aan het Departement van Binnenlandsche Zaken niet bekend, even zoomin als de behoefte van Ameland, omdat die gemeenten tot dusverre niet in zoodanige betrekking met mijn Departement zijn geweest. Gewis zal men niet van mij verlangen, dat ik op mijne begrooting breng een bepaalden post om te gemoet te komen in de behoeften eener gemeente, welke door mij nog moeten worden onderzocht. Zoo de behoefte blijkt, zal ik geen bezwaar zien, om dezen post te verhoogen.

Of de politieagent op het eiland Urk inzonderheid waakt voor belangen, tot de zorg van het Departement van Binnenlandsche Zaken behoorende, dit zou ik ook eerst moeten onderzoeken. Daar moet een veldwachter zijn; de burgemeester is het hoofd van de politie,

8*

Sluiten