Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdeeld ever meerdere jaren. Waarom niet over meer jaren verdeeld? Omdat in het aanstaande jaar de contracten met de aannemers zullen worden gesloten op eenmaal, over het geheele werk. De weg zal daarom wellicht in dat jaar nog niet worden voltooid, maar dat men op eenmaal late aannemen, is het belang der onderneming. Het zal, tengevolge van de contracten, te sluiten in 1853, eene schuld zijn van dat dienstjaar.

Waarom niet, dit is de tweede onderstelling, de weg naar Eindhoven bijv. in 1853, de weg van Tilburg naar Turnhout in 1854 aangelegd? Omdat beide even noodzakelijk zijn, omdat de middelen schenen toe te reiken om in beide, zoo nuttige communicatiën te voorzien. Daarenboven, Mijne Heeren, ik heb haast met dergelijke ondernemingen, ik meen dat wij geen tijd moeten verliezen. Men heeft in de laatste dagen dikwijls gesproken van de onzekerheid van den tegenwoordigen tijd. Ik geloof niet, dat die onzekerheid ons bevreesd moet maken, ik geloof dat zij tot des te krachtiger handelen moet aansporen; ik geloof dat het hier inzonderheid geldt, ook met het oog op die onzekerheid, „werk zoolang het dag is."

Art. 77. Onderhoud, verbetering en herstelling van veren en schipbruggen. De regeering had tot opheffing van den stoombootdienst tusschen Willemsdorp en Moerdijk besloten. De kostbaarheid van dat veer bij een allengs verminderd verbruik scheen niet langer gerechtvaardigd. Den heeren de Raadt en Storm kwam die opheffing ontijdig voor.

Kon de regeering zich het veer tusschen Amsterdam en Buiksloot niet aantrekken ?

Terecht heeft de eerste spreker over dit artikel gezegd, dat de Regeering niet de hand zal leenen tot afbreken van communicatiemiddelen, zoo niet zeer degelijke redenen den maatregel eischen. Tegen de redenen, door de beide eerste sprekers bijgebracht, stel ik de gronden over, welke de Regeering hebben geleid.

In de eerste plaats moest sedert lang het oog vallen op het bovenmatige verschil tusschen de tegenwoordige opbrengst en de vorige, en tusschen de tegenwoordige opbrengst en de kosten. In de jaren 1822 tot 1828 bedroeg de opbrengst gemiddeld jaarlijks f 29,000, en nu in de laatste jaren kan men nauwelijks op f 5000 rekenen; tegen die opbrengst van f 5000 staan over kosten, ten bedrage van 19 a "0 duizend gulden. Ik heb, Mijne Heeren, deze geheele administratie zeer nauwkeurig doen nagaan. Ik heb die laten onderzoeken door peisonen vreemd aan het bestuur, en het is mij gebleken, dat zoo men het stoombootveer in stand wil houden, geene vereenvoudiging ff bezuiniging van eenige beteekenis te wachten valt. Bij eene zoo

Sluiten