Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het nemen van dergelijke maatregelen ten aanzien van dat gewest voor te dragen. Doch gesteld, men had dergelijken maatregel genomen. De spreker zegt, zoo die ware genomen, zou hetgeen nu gebeurd is, zijn voorgekomen. Maar welke maatregel zou dit geweest zijn? Zou die iets anders hebben te weeg gebracht dan het scheppen van gelijken toestand als waarin wij nu zijn gekomen tengevolge van de veranderde zienswijze der Gedeputeerde Staten? Ontstond opgewondenheid van gemoederen tengevolge van de maatregelen, die naar de veranderde zienswijze van Gedeputeerde Staten genomen zijn, diezelfde opgewondenheid zou ook, indien men den raad van den geachten spreker ware gevolgd, zijn ontstaan, want dezelfde maatregelen zouden het gevolg zijn geweest van een besluit des Konings.

Ik kan dus niet zien, dat in dit opzicht iets is verzuimd of dat wij bij het bewandelen van een anderen weg, waartoe daarenboven geene aanleiding bestond, eene andere uitkomst zouden hebben verkregen dan die wij nu aanschouwen.

Er bestaat opgewondenheid van gemoederen, zegt de spreker, en hij beroept zich op mijn bezoek in die streken, gelijk op mijne eigen ondervinding aldaar.

Er is verschil tuschen opgewondenheid en opgewondenheid. Eene ijverige belangstelling kan ook opgewondenheid worden genoemd, en eene opgewondenheid in dien zin heb ik bij dat bezoek in het spreken met onderscheidene personen ontwaard. Ik heb niets ontwaard, dat die grenzen te buiten ging, en ik onderstel ook, dat zoo men ook al genegen ware om verder te gaan, men dit in de tegenwoordigheid van den Minister niet zou hebben laten blijken. Van mijne zijde evenwel heb ik gesproken, alsof er meer ijver, meer opgewondenheid bestond dan men mij deed kennen. Ik heb mij verklaard tegen eiken maatregel, tegen elke poging, die streed niet alleen met het recht, niet alleen met de billijkheid, maar ook met de gematigdheid. In dien eigen zin heb ik geschreven aan hen die mij over het daar gebeurde schriftelijk hebben onderhouden. Ik behoef, geloof ik, den spreker niet te verzekeren dat, zoo waar is hetgeen hij zegt, dat mijne stem, mijn raad daar eenigen invloed heeft, die raad, die invloed zal strekken om het recht, om de billijkheid, om de verdraagzaamheid, om de goede orde ongeschonden te bewaren, en om gemoederen, die opgewonden mochten zijn, tot gematigdheid te stemmen. Onrecht en verdrukking zal, zoo ver ik die kan tegengaan, onder mijn bestuur nergens worden geduld.

De spreker heeft verder eene vraag ingeroepen, door deze Kamer aan mij gedaan om inlichtingen over een adres, van wege een kerkelijk bestuur uit die buurt aan de Vergadering ingediend, en hij heeft gezegd dat daarop nog geen antwoord was ontvangen.

De spreker heeft zich niet herinnerd, dat het antwoord lang is ont-

Sluiten