Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het recht om niet te worden ontslagen? Mij dunkt, neen. En 1111 vraag ik: zal men niet onder .de ambtenaren — ik gebruik een rond woord — rebellie stoken, wanneer men dien weg opent, dat de ontslagene, met wiens lot men begaan kan zijn, en met wiens lot misschien de Minister zelf, die het ontslag heeft uitgelokt, is begaan, de gelegenheid heeft daarover in deze Kamer te laten oordeelen? Zal men daardoor'niet de vrijheid van het Gouvernement in betrekking tot de ambtenaren, zijne politiemacht over de ambtenaren belemmeren op eene wijze, die gewis de Kamer niet kan willen?

In de derde plaats, de ministerieele verantwoordelijkheid. Men heeft die hierbij ingeroepen, en, mij dunkt, men vernietigt haar. Is liet toch niet de ministerieele verantwoordelijkheid vernietigen, wanneer men oordeelt over den Minister, die het ontslag heeft te weeg gebracht? Waarom bracht hij het te weeg? Omdat hij met dien ambtenaar niet meer werken kon; omdat hij niet meer verantwoordelijk kon zijn voor den dienst, zoo hij dien ambtenaar behield. Inderdaad behoeft de Minister niets meer te zeggen dan: ik kan niet meer verantwoordelijk zijn voor het bestuur, wanneer ik mij van dien ambtenaar moet bedienen. Deze noodzakelijkheid nu, kan de Kamer, kan geen lid willen leggen, dunkt mij, op eenigen Minister. Of men keert de ministerieele verantwoordelijkheid om, terwijl men een harer eerste, natuurlijke, minst betwistbare rechten verbreekt.

De heer Bachiene meende, dat, indien er regeeringsdaden bekend zijn die aan willekeur moeten worden toegeschreven, de Kamer wèl de bevoegdheid had. aan den Minister inlichtingen te vragen.

Mijnheer de Voorzitter! De geachte spreker heeft de discussie op een ander terrein gebracht. Ik heb gesproken van oordeelvelling van leden der Kamer over een ontslag aan een ambtenaar gegeven. De geachte spreker gewaagt van het vragen om inlichting. Het is iets anders een Minister gelegenheid te geven, vooral dan, wanneer in het publiek veel gerucht is gemaakt van een ontslag, dat hij, zoo hij goedvinde, daarover zich in de Kamer verklare; iets anders is het over de handeling uitspraak te doen. Het laatste had ik op het oog. De geachte spreker heeft een voorbeeld ingeroepen, dat door mij in vroeger jaar zou zijn gegeven, toen ik mij het ontslag van een officier had aangetrokken. *) Ik herinner mij die zaak slechts in het algemeen; ik herinner mij niet, dat ik van het ontslag eene beschuldiging tegen het Gouvernement heb gemaakt. Ik sprak, zoo ik mij niet bedrieg, over de oorzaak van dat ontslag; daar was een bezwaar ontstaan bij dien officier ten aanzien van het afleggen van een zekeren eed, en ik heb mij dat punt aangetrokken. Ik heb gemeend: dat de eed diende te wor-

*) Zie Dl 1849, 18 Mei, blz. 202.

Sluiten