Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven; hij heeft echter gevraagd: is het gebruik van de steigers een verplicht gebruik? Hij zou deze heffing dus voor belasting willen houden, zoo het gebruik verplicht ware.

Vooreerst doet, mijns inziens, het meer of min verplicht gebruik hier niets af. Hoe menige belasting is niet gelegd op het gebruik van iets, waarvan het gebruik niet verplicht is. Ten aanzien der voorgestelde heffing is van verplicht gebruik geen spoor in het reglement, maar aan de stoombootmaatschappijen is bij de concessie de verplichting opgelegd, om de steigers aan te doen, 0111 niet te lossen, niet in te nemen op stroom.

Zoo zulk een steiger ware aangelegd op bijzondere kosten, hoe dan? zegt de spreker. Maar in dat geval verkeeren wij niet. Hier is het een provinciale steiger die ten algemeenen nutte, ten dienste van het algemeen is aangelegd en waarvoor zal wordefi geheven ten behoeve van de provinciale kas een provinciaal recht. Indien bijzondere personen steigers wilden aanleggen, zouden zij concessie behoeven. Het stuk der concessiën moet nog door de wetgeving worden geregeld en, zoo ik geloove, naar gelijke beginsels, als wanneer de Staat, de provincie of de gemeente een dergelijk werk ten dienste van het algemeen instelt.

Indien men aanneemt, zegt de geachte spreker, dat in deze heffing eene belasting wordt gevonden, hoe is het dan gelegen met zoo onderscheiden posten, die in de begrooting van Zeeland worden aangetroffen? En alvorens tot de opsomming van die posten te komen, heeft hij gevraagd: zoo hier bij deze heffing de provinciale macht wordt voorbijgegaan, waarom is zij niet voorbijgegaan bij die andere posten?

De provinciale macht, Mijne Heeren, is niet voorbijgegaan. Deze heffing is vastgesteld bij een besluit van de Provinciale Staten, en zonder dat besluit zou bij het Gouvernement of bij deze Kamer niet de minste vraag over deze heffing zijn gerezen.

Bij de opsomming heeft de spreker in de eerste plaats de tollen genoemd, zonder daarop echter sterk te drukken; want, heeft hij gezegd, het Gouvernement wil zelfs de tollen onder de belastingen begrijpen.

Dit is zoo; het Gouvernement is voornemens in de plaats van het algemeen besluit van 1833 eene wet te stellen, eene, naar zij mij toeschijnt, zeer grondwettige en in het belang der zaak zeer noodige wet. Dat tot dusver sedert de provinciale wet sommige provinciale tollen op de oude wijze zijn toegestaan, waaraan is dit toe te schrijven? Tot dusver hebben de Provinciale Staten evenmin als vóór 1848 een besluit genomen om een provincialen tol te heffen, maar wanneer een tol moet geheven worden op een provincialen weg, dan is die heffing, evenzeer als wanneer zij betreft een tol op een \\eg dooi bijzondere personen bij concessie aangelegd, een gevolg der Koninklijke vergunning. Men vroeg (de Provinciale Staten kwamen niet tusschen

Sluiten