Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kon op den burgerlijken rechter nog een beroep worden gedaan, ook nadat het administratief proces was afgeloopen ? vroeg de heer van Lynden.

Ik heb gewacht tot het laatste tijdstip dat de hamer kon vallen om het woord te vragen, teneinde ieder tijd te geven dit te doen en mij in de gelegenheid te stellen te antwoorden. De vraag, door den laatsten spreker gedaan, is in de gedrukte stukken volledig behandeld. Zij bevatten het antwoord. Op de wet van 1841 zal geen inbreuk hoegenaamd worden gemaakt door deze wet; de eerstgenoemde blijft in hare volle kracht.

Hetgeen de minister antwoordde, was, meende de heer van Lynden, geen antwoord op zijn vraag, doch eene ontwijking daarvan.

Indien de spreker dit laatste woord niet gebruikt had, zou ik het in de gedrukte stukken gegeven antwoord herhaald hebben. Nu zal ik mij vergenoegen te zeggen, dat het meest afdoende antwoord, dat op zijne vraag kan gegeven worden, in die stukken te lezen staat.

Art. 19. Bij dit artikel hield de heer de Man eene lange rede om te betoogen, dat het distrikt Over-Betuwe geene belangen had bij het kanaal van Steenenhoek.

Ik ben den geachten spreker erkentelijk voor zijne opmerking. Het zal hem bekend zijn, hoe ik getracht heb de gevolgen van het gebeurde te lenigen, zoo niet goed te maken, en ten laste van het Rijk te brengen, hetgeen min regelmatig in deze zaak heeft plaatst gehad. Ik heb bij het gesprokene enkel te voegen, dat een reglement — en dit is hem ook niet onbekend — is ontworpen door eene Commissie, zoo onpartijdig mogelijk samengesteld. Nadat het ontwerp door haar was voltooid, werd het medegedeeld aan Gedeputeerde Staten der twee provinciën, teneinde verbetering voor te dragen aan de Provinciale Staten. Ik ben tot dusverre in die verwachting teleurgesteld; Gedeputeerde Staten — althans die der provincie waar het bijzonder op aankomt — hebben zich laten weerhouden door de vrees, dat het reglement niet in den smaak der vergadering zou vallen, en het concept niet ter tafel der Provinnciale Staten gebracht. De zaak zal evenwel met ernst worden behartigd, en, zoo ik hoop, — ofschoon niet zonder aanzienlijke offers van den Staat, — worden afgedaan. Die offers zullen kunnen strekken om, zoo er onrecht is gepleegd, dat uit te wisschen.

De beweegredenen.

Ik heb de eer voor te stellen, aan het slot van no. 2 in de be-

Sluiten